Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] (V-nummer: [V-nummer]), eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
5. De staatssecretaris klaagt in de tweede grief dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de omstandigheid dat de vreemdeling de overdracht naar Italië heeft gefrustreerd, niet voldoende is voor de conclusie dat hij is ondergedoken als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening. Hij wijst op het arrest Jawo, punt 70, en paragraaf C1/2.6 van de Vc 2000 en WBV 2020/22.
6. In het arrest Jawo (punt 70) heeft het Hof artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening zo uitgelegd dat een verzoeker onderduikt wanneer deze persoon doelbewust ervoor zorgt dat hij buiten het bereik blijft van de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de overdracht om deze overdracht te voorkomen. Dat is het geval wanneer die overdracht niet kan worden uitgevoerd, omdat de verzoeker de hem toegekende woonplaats heeft verlaten zonder de bevoegde nationale autoriteiten van zijn afwezigheid op de hoogte te brengen, op voorwaarde dat hij werd geïnformeerd over zijn verplichtingen.
7. De Afdeling is, anders dan de staatssecretaris, van oordeel dat de vreemdeling niet is ondergedoken als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening. Uit het arrest Jawo volgt dat voor onderduiken is vereist dat een vreemdeling doelbewust buiten het bereik van de autoriteiten blijft. De Afdeling volgt dan ook niet het betoog van de staatssecretaris dat het beleid zoals opgenomen in paragraaf C1/2.6 van de Vc 2000 en de toelichting daarop in WBV 2020/22 in lijn is met het arrest Jawo omdat het arrest de ruimte zou bieden om in andere gevallen dan in het geval dat in die zaak specifiek aan de orde was, de overdrachtstermijn te verlengen.
Artikel 29, tweede lid, Verordening (EU) 604/2013 geeft de IND de mogelijkheid om de overdrachtsdatum tot maximaal 18 maanden te verlengen als de vreemdeling zich aan de overdracht aan de andere lidstaat onttrekt en daarmee onderduikt. Het is belangrijk dat de vreemdeling in kennis wordt gesteld van zijn verplichting om mee te werken aan de overdracht. Ook moet hij geïnformeerd worden over de gevolgen van het niet meewerken hieraan. Als de vreemdeling op de hoogte was van zijn verplichtingen, en vervolgens (tijdelijk) buiten bereik van de autoriteiten is, dan neemt de IND in ieder geval aan dat de vreemdeling zich aan de uitvoering van de overdracht heeft onttrokken. De IND stelt de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn verzoek om internationale bescherming hier tijdig van op de hoogte. De IND verlengt de uiterste overdrachtsdatum niet als er sprake is geweest van verschoonbare feiten en omstandigheden of als de vreemdeling niet is ingelicht over de verplichtingen die dienaangaande op hem rusten.”
1. Wanneer was het eerste vertrekgesprek geagendeerd, waarom heeft dit geen doorgang gevonden en op welke wijze is eiseres op de hoogte gesteld van dit vertrekgesprek?
2. Op welke wijze heeft DTV eiseres bericht dat op 27 juni 2024 een tweede vertrekgesprek zou plaatsvinden. Eiseres verbleef reeds toen bij haar geloofsgenoten in Eindhoven.
3. Heeft eiseres in het vertrekgesprek van 27 juni 2024 gezegd dat ze haar spullen zou verhuizen naar Nuenen? De rechtbank wijst er op dat dit niet is vermeld in het verslag dat op 27 juni 2024 is opgemaakt, maar enkel is vermeld in het 2e verweerschrift als de reactie op vragen van de procesvertegenwoordiger aan de regievoerder kort voor de zitting. Indien dit wel door eiseres is gezegd, wenst de rechtbank een nadere toelichting waarom deze verklaring van eiseres, die zeer relevant is voor de onderhavige procedure, niet in het aanvankelijk opgestelde verslag is vermeld. De rechtbank wijst op de betreffende passage op pagina 3 van het verslag van het vertrekgesprek waarin is vermeld dat “de regievoerder betrokkene heeft gevraagd om zich na de zitting van het beroep meer op te houden op de CNO”.
4. Is het plannen van de feitelijke overdracht op enig moment ter hand genomen en zo nee, waarom niet?
5. Is er een verklaring voor het tijdsverloop tussen de registratie door het COa op 27 juli 2024 dat eiseres de opvang heeft verlaten en het moment waarop de AVIM en vervolgens de DTV de mob-melding registreren en doorgeven aan de IND?
6. Waarom heeft verweerder de mob-melding niet eerder -en voor het verstrijken van de UOD- doorgegeven aan de gemachtigde van eiseres zodat deze de adresgegevens had kunnen doorgeven?
1. Per wanneer verblijft eiseres bij haar geloofsgenoten in Eindhoven en verblijft zij in een opvang-accommodatie van de gemeente of het COa of anderszins?
2. Heeft eiseres inmiddels haar adresgegevens doorgegeven aan verweerder en zo nee, waarom niet?
na de zitting van het beroepzich meer op te houden op de CNO en dat de overdracht dan in gang gezet zal worden. De rechtbank stelt vast dat de bedoelde zitting, buiten toedoen van verweerder en buiten toedoen van eiseres, pas heeft plaatsgevonden op 23 januari 2025. Verweerder heeft bij de schriftelijke beantwoording van de derde vraag niet betwist dat eiseres
nietheeft verklaard dat zij na dit vertrekgesprek zou hebben gezegd naar Nuenen te verhuizen, zoals eerder wel was gesuggereerd in een beknopte samenvatting van het vertrekgesprek dat kort voor de zitting aan het dossier is toegevoegd.
Beslissing
- verklaart het beroep gericht tegen de verlenging van de overdrachtstermijn gegrond;
- verklaart het beroep gericht tegen het overdrachtsbesluit niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiseres.