Een Colombiaans gezin bestaande uit moeder, vader en dochter heeft asiel aangevraagd in Nederland vanwege bedreigingen door een paramilitaire groepering en een restitutieprocedure van onteigend land. De IND wees hun aanvragen af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de gestelde bedreigingen en de restitutieprocedure.
De rechtbank heeft de beroepen van het gezin gezamenlijk behandeld en oordeelt dat zij niet behoren tot een beschermde sociale groep zoals bedoeld in de Kwalificatierichtlijn. De geloofwaardigheidsbeoordeling van de IND, gebaseerd op de werkinstructie WI 2024/6, is niet in strijd met het Unierecht. De rechtbank vindt de verklaringen over de restitutieprocedure en de bedreigingen onvoldoende samenhangend en aannemelijk.
Ook is geen sprake van onzorgvuldige besluitvorming of schending van hoor- en wederhoor. De persoonlijke bedreiging van de dochter wordt wel geloofd, maar niet in verband gebracht met de restitutieprocedure. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvragen en de terugkeerbesluiten.