De rechtbank Den Haag heeft op 25 september 2025 uitspraak gedaan in de bestuursrechtelijke zaak over de omgevingsvergunning voor het verbouwen van woningen tot een kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang aan een adres te Noordwijk. Eisers betoogden dat het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk onvoldoende rekening hield met de parkeerbehoefte en het verlies van bestaande parkeerplekken.
In eerdere tussenuitspraak was het college in de gelegenheid gesteld om geconstateerde gebreken te herstellen, maar het herstelbesluit voldeed niet volledig. De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de Nota Parkeernormen 2016 van toepassing was en waarom de parkeervakken op eigen terrein doelmatig zijn. Ook was niet geborgd dat medewerkers van vergunninghoudster in de parkeergarage zouden parkeren en werd het verlies van een openbare parkeerplek door de nieuwe inrit niet meegenomen in de parkeerbehoefte.
De rechtbank verwierp diverse bezwaren van eisers over de bruikbaarheid van individuele parkeerplekken en de verkeersveiligheid, maar stelde vast dat het college ten onrechte geen rekening hield met het vervallen van een openbare parkeerplek. Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen gegrond, vernietigde het bestreden en herstelbesluit en droeg het college op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.