ECLI:NL:RVS:2021:375
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning legalisering bijgebouw wegens onvoldoende motivering alternatieven
Het college van burgemeester en wethouders van Aa en Hunze verleende op 29 maart 2017 een omgevingsvergunning voor het legaliseren van een bestaand bijgebouw op het perceel van de vergunninghouder. Dit bijgebouw staat tegen de perceelsgrens van de appellant, die vanuit zijn woning zicht heeft op het bouwwerk. Het bestemmingsplan 'Gieterveen dorp 2005' stelt beperkingen aan de oppervlakte en bouwhoogte van bijgebouwen, maar het totale oppervlak van de bijgebouwen overschrijdt de toegestane 50 m2.
De appellant maakte bezwaar tegen de vergunningverlening en stelde dat het college niet in redelijkheid de vergunning kon verlenen vanwege het ontbreken van een goede ruimtelijke onderbouwing en de ernstige belemmering van zijn uitzicht. Hij voerde aan dat alternatieven mogelijk zijn die zijn uitzicht niet beperken. Het college handhaafde het besluit, stellende dat het belang van het woongenot van alle woningen in het complex een rol speelt en dat het bouwwerk geen onevenredige aantasting van woonkwaliteit veroorzaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de door appellant voorgestelde alternatieven met minder bezwaren niet haalbaar zijn. Hoewel het bijgebouw geen invloed heeft op lichttoetreding, wordt het uitzicht van appellant aanzienlijk beperkt. De Afdeling vernietigt het besluit en bepaalt dat tegen het nieuwe besluit op bezwaar slechts beroep bij haar kan worden ingesteld. Tevens veroordeelt zij het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van alternatieven met minder bezwaren.