ECLI:NL:RBDHA:2025:19136
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag moeder en eerste asielaanvraag minderjarige zoon bevestigd
Eisers, een moeder en haar minderjarige zoon van Guinese nationaliteit, dienden in mei 2021 een asielaanvraag in nadat eerdere aanvragen waren afgewezen. De minister wees de aanvragen af wegens gebrek aan nieuwe relevante feiten en onvoldoende aannemelijkheid van de gevreesde risico's bij terugkeer.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de minister de geloofwaardigheid van het asielrelaas juist heeft beoordeeld, waarbij toepassing van Werkinstructie 2024/6 niet onrechtmatig was. Eisers slaagden er niet in aannemelijk te maken dat zij als alleenstaande vrouw en buitenechtelijk kind een reëel risico lopen op vervolging of ernstige schade.
Ook werd geoordeeld dat de minister terecht geen ambtshalve beoordeling op grond van artikel 8 EVRM Pro maakte, omdat de asielaanvraag niet binnen zes maanden na binnenkomst was ingediend. Het beroep werd ongegrond verklaard en eisers kregen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvragen.