ECLI:NL:RBDHA:2025:19143
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring wegens psychische problematiek en uitzettingsperspectief
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, is sinds 4 september 2025 in vreemdelingenbewaring geplaatst. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank toetste de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring vanaf 15 september 2025, de datum van de eerdere uitspraak.
Eiser gaf aan ernstige psychische problemen te hebben ontwikkeld en een suïcidepoging te hebben gedaan. Hij werkt volledig mee aan zijn uitzetting naar Algerije, maar stelt dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt en dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. De rechtbank oordeelde dat de medische voorzieningen in de detentie vergelijkbaar zijn met die buiten detentie en dat eiser op een Extra Zorg Afdeling is geplaatst.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder voldoende voortvarend optreedt, onder meer door rappelleren bij de Algerijnse autoriteiten en het voeren van een vertrekgesprek. Er is geen bewijs dat het zicht op uitzetting ontbreekt. Eiser heeft de verplichting actief mee te werken aan het verkrijgen van documenten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.