ECLI:NL:RBDHA:2025:192
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling ongegrond verklaard
Eiser, een vreemdeling met de Marokkaanse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 24 oktober 2024 door de minister van Asiel en Migratie was opgelegd. Hij stelde dat de overheid onvoldoende voortvarend handelde en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank had de rechtmatigheid van de maatregel reeds getoetst tot 13 november 2024 en richtte zich nu op de periode daarna. Eiser stelde dat een vertrekgesprek op 6 december 2024 niet had plaatsgevonden, wat volgens hem duidde op onvoldoende voortvarendheid. Verweerder voerde aan dat het vertrekgesprek wel had plaatsgevonden en voegde het verslag toe aan het dossier, evenals een verslag van een vertrekgesprek op 7 januari 2025.
Daarnaast rapporteerde verweerder meerdere pogingen tot repatriëring bij de Marokkaanse autoriteiten. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende voortvarend handelde en dat het voortduren van de maatregel rechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.