ECLI:NL:RBDHA:2025:19202
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod voor Turkse onderdaan zonder rechtmatig verblijf
Eiser, een Turkse onderdaan zonder rechtmatig verblijf in Nederland, werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit zonder vertrektermijn en een inreisverbod van twee jaar. Hij was op 28 december 2024 staande gehouden en later in bewaring gesteld, waarna hij op 4 september 2025 vrijwillig naar Turkije terugkeerde.
Eiser voerde aan dat het terugkeerbesluit en inreisverbod onrechtmatig waren, onder meer vanwege het Besluit 1/80 en artikel 8 EVRM Pro, en dat hij geen risico op onttrekking aan toezicht vormde. De rechtbank oordeelde echter dat eiser wel degelijk procesbelang had bij behandeling van het beroep, ook na vertrek, vanwege mogelijke gevolgen voor toekomstige inreisverboden.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen rechtmatig verblijf had en dat het inreisverbod niet in strijd is met Besluit 1/80 of het Aanvullend Protocol, omdat eiser niet viel onder de beschermde categorieën. Het beroep faalde ook omdat eiser onvoldoende onderbouwde dat bijzondere omstandigheden bestonden om af te zien van het inreisverbod.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter A.M. de Wit op 16 oktober 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.