ECLI:NL:RBDHA:2025:1923
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Kroatië
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelt of de minister terecht heeft besloten niet tot behandeling over te gaan, mede gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de persoonlijke omstandigheden van eiseres.
De rechtbank overweegt dat de minister in beginsel mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië, zoals bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eiseres heeft onvoldoende concrete aanwijzingen geleverd dat Kroatië zijn internationale verplichtingen niet nakomt of dat zij een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. Ook de persoonlijke omstandigheden van eiseres, waaronder haar recente bevalling en de situatie van haar kind, leiden niet tot een ander oordeel.
De rechtbank stelt vast dat de minister terecht heeft geoordeeld dat de gezinsband niet aannemelijk is gemaakt en dat de persoonlijke ervaringen van eiseres in Kroatië onvoldoende zijn om het verzoek op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening aan zich te trekken. De minister heeft de medische en persoonlijke omstandigheden voldoende meegewogen en gemotiveerd waarom de aanvraag niet onverplicht aan Nederland had hoeven worden toegewezen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.