ECLI:NL:RBDHA:2025:1925
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening met Spanje als verantwoordelijke lidstaat
Eiser, van Guinese nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in die door de minister niet in behandeling werd genomen omdat Spanje als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen volgens de Dublinverordening. Eiser stelde dat hij bij overdracht aan Spanje risico loopt op schending van zijn rechten vanwege tekortkomingen in opvang en procedure, onderbouwd met het AIDA-rapport 2023 en persoonlijke omstandigheden zoals een schipbreuk waarbij zijn zoon overleed.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje, zoals bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van zodanige systeemfouten in Spanje die dit vertrouwensbeginsel ondermijnen. Ook het risico op indirect refoulement wordt niet onderzocht omdat daartoe geen gronden zijn gesteld.
Verder is geoordeeld dat de minister niet onzorgvuldig heeft gehandeld door de aanvraag niet op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich te trekken. Hoewel eiser persoonlijke tragische omstandigheden aanvoert, zijn er geen concrete aanwijzingen dat overdracht aan Spanje onevenredig hard is. De medische situatie van eiser rechtvaardigt geen uitzondering omdat hij niet onder behandeling staat en Spanje vergelijkbare voorzieningen biedt.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen blijft in stand. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich op 12 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.