ECLI:NL:RBDHA:2025:19485
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Mauritiaanse politieke vluchteling wegens ongeloofwaardigheid
Eiser, een Mauritiaanse staatsburger, verzocht op 3 december 2024 om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij vanwege zijn politieke betrokkenheid en deelname aan protesten in Mauritanië was opgepakt, gemarteld en dat hij vreest voor herhaalde vervolging bij terugkeer. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond wegens onvoldoende geloofwaardigheid en gebrek aan onderbouwing met documenten.
De rechtbank behandelde het beroep op 16 september 2025, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen. De rechtbank oordeelde dat het beroep inhoudelijk kon worden behandeld. De rechtbank verwierp het standpunt van eiser dat het besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen en dat het verdedigingsbeginsel was geschonden, omdat een aanvullend gehoor had plaatsgevonden.
De rechtbank vond dat de minister terecht aan de hand van werkinstructie WI 2024/6 de geloofwaardigheid van eisers politieke betrokkenheid in twijfel mocht trekken, mede vanwege tegenstrijdigheden in zijn verklaringen en het ontbreken van documenten. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat eiser persoonlijk doelwit was van vervolging. Het opleggen van een terugkeerbesluit zonder vertrektermijn en een inreisverbod van twee jaar werd gerechtvaardigd geacht, mede omdat het familieleven in Mauritanië plaatsvindt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J.P. Bosman.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.