ECLI:NL:RBDHA:2025:19495
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen overdracht in Dublinprocedure aan Spanje
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die niet in behandeling is genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling. Tegen dit besluit is beroep ingesteld, dat kennelijk ongegrond werd verklaard. Verzoeker stelde verzet in tegen deze uitspraak en vroeg om een voorlopige voorziening om overdracht aan Spanje te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van spoedeisend belang vanwege de geplande overdracht. Het primaire standpunt van de minister dat geen spoedeisend belang bestaat wegens gefaciliteerd vertrek wordt niet gevolgd. De voorzieningenrechter beoordeelt of het verzet een redelijke kans van slagen heeft, waarbij het oordeel voorlopig is en de rechtbank in de verzetsprocedure niet bindt.
Het verzet richt zich op het niet horen van verzoeker en zijn partner over mishandeling in Spanje. De voorzieningenrechter vindt dit onvoldoende reden om de zitting alsnog te houden, omdat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij en zijn partner zich niet tot de Spaanse autoriteiten kunnen wenden. Ook wordt het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet doorbroken.
Verder is het aangevoerde rapport over opvangcentra in Spanje niet concreet genoeg om twijfel te zaaien over de uitkomst van de bestreden uitspraak. Het verzet heeft daarom geen redelijke kans van slagen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te betalen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening om overdracht aan Spanje te voorkomen wordt afgewezen.