Eiser, van Iraanse nationaliteit, heeft sinds 2009 internationale bescherming in Polen en diende in Nederland een asielaanvraag in die niet-ontvankelijk werd verklaard omdat hij in Polen bescherming geniet. De rechtbank beoordeelt of het aanmeldgehoor, waarin de bezwaren tegen terugkeer naar Polen worden besproken, zorgvuldig is verlopen.
De rechtbank oordeelt dat het aanmeldgehoor op 5 augustus 2025 onzorgvuldig was. Eiser gaf aan nog veel te willen vertellen, maar het gehoor werd abrupt beëindigd met de mededeling dat hij aanvullingen via zijn advocaat kon indienen. Hierdoor is cruciale informatie over zijn situatie in Polen in 2025 niet gehoord, waaronder zijn terugkeer, klachten en gebrek aan basisvoorzieningen. Ook is niet doorgevraagd op tegenstrijdigheden in zijn verklaringen en zijn stukken uit 2024 werden betrokken zonder dat hij hierover kon worden gehoord.
De minister heeft het beroep van eiser afgewezen, stellende dat het aanmeldgehoor zorgvuldig was en dat eiser via zijn advocaat correcties kon indienen. De rechtbank oordeelt echter dat dit niet volstaat om het zorgvuldigheidsgebrek te herstellen. Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen na een nieuw, zorgvuldig aanmeldgehoor. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.