ECLI:NL:RBDHA:2025:19532
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij vertrek asielzoeker
Eiser heeft op 30 juni 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 23 juni 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
Tijdens de zitting op 6 oktober 2025 was eiser niet aanwezig en had zijn gemachtigde zich afgemeld. De minister informeerde dat eiser op 1 juli 2025 met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde. De rechtbank stelt vast dat eiser hierdoor geen procesbelang meer heeft bij het beroep, aangezien hij geen prijs meer stelt op de aanvankelijk gezochte bescherming.
De rechtbank baseert zich hierbij op vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die aangeeft dat vertrek met onbekende bestemming zonder mededeling impliceert dat de vreemdeling geen belang meer heeft bij de procedure.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang door vertrek met onbekende bestemming.