ECLI:NL:RBDHA:2025:1956
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht asielzoeker aan België
Verzoekster diende een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling werd genomen omdat België verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om de overdracht aan België op te schorten totdat het beroep is behandeld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de onverwijlde spoed aanwezig was vanwege de geplande overdracht op 14 februari 2025. Het belang van verzoekster om bij de behandeling van haar beroep aanwezig te zijn, woog zwaarder dan het belang van de minister om de overdracht eerder uit te voeren.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de overdracht werd geschorst tot de inhoudelijke beoordeling van het beroep op 4 april 2025. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €907.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan België geschorst tot de inhoudelijke behandeling van het beroep.