ECLI:NL:RBDHA:2025:19588

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 oktober 2025
Publicatiedatum
27 oktober 2025
Zaaknummer
NL25.32903
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag, procesbelang niet aanwezig

In deze zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft op 17 september en 2 oktober 2025 de minister en eiser verzocht om te reageren op vragen over het procesbelang van eiser. De rechtbank heeft besloten dat het niet nodig is om partijen uit te nodigen voor een zitting. De rechtbank overweegt dat als een bestuursorgaan niet tijdig beslist, de betrokkene een ingebrekestelling moet indienen. Eiser heeft echter geen procesbelang, omdat hij mogelijk naar Syrië is teruggekeerd en geen actuele redenen heeft gegeven voor zijn verblijf daar. De gemachtigde van eiser heeft aangegeven dat er contact is met eiser, maar de rechtbank concludeert dat er onvoldoende bewijs is dat eiser nog belang heeft bij de procedure. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en dat eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, rechter, en is openbaar gemaakt op 9 oktober 2025.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.32903
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. J. Eliya),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).
Op 17 september 2025 en 2 oktober 2025 heeft de rechtbank eiser respectievelijk de minister verzocht antwoord te geven op vragen aangaande het procesbelang van eiser. Eiser en de minister hebben hier op gereageerd.

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.¹
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.²
Hoe oordeelt de rechtbank over het beroep?
3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiser geen procesbelang heeft bij het beroep. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
4. Op 4 maart 2025 heeft de casemanager van het COA aan de Dienst Terugkeer en Vertrek laten weten dat eiser misschien naar Syrië is teruggekeerd en dat hij bij het COA is
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
uitgeschreven omdat hij zich twee maal niet had gemeld.
5. De rechtbank dient ambtshalve na te gaan of eiser procesbelang heeft in beroep. Vanwege het voorgaande en omdat de rechtbank niet uit het dossier kan afleiden of de minister naar aanleiding hiervan heeft geconcludeerd dat eiser ‘met onbekende bestemming’ is vertrokken, heeft zij beide partijen gevraagd zich uit te laten over het procesbelang. Uit vaste rechtspraak volgt dat, als de vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, de vreemdeling belang heeft bij zijn beroep als uit recente informatie van zijn gemachtigde blijkt dat deze nog contact onderhoudt met die vreemdeling over de procedure. Dit is alleen anders als er andere concrete aanknopingspunten zijn dat een vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland of dat hij anderszins geen actueel en reëel belang meer heeft. Daarbij moet er, in het licht van het fundamentele belang van recht op toegang tot de rechter en het bieden van doeltreffende en effectieve rechtsbescherming, voorzichtig omgegaan worden met het niet- ontvankelijk verklaren van een beroep op basis van een MOB-melding.³
6. Gemachtigde heeft op de vragen van de rechtbank meegedeeld contact te hebben met eiser, laatstelijk op 17 september 2025. Gemachtigde geeft aan dat eiser zich momenteel in Syrië bevindt om zijn familieleden te zien. Het is echter onduidelijk hoe en wanneer eiser uit Syrië zal vertrekken. Eiser is van mening dat hij nog procesbelang bij de zaak heeft.
7. De rechtbank stelt vast dat eiser nog contact onderhoudt met zijn gemachtigde. De rechtbank is echter van oordeel dat er concrete aanknopingspunten zijn voor de conclusie dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland en dat hij geen actueel en reëel belang meer heeft bij deze beroepsprocedure. Daartoe is van belang dat eiser zomaar, zonder enige kennisgeving aan de autoriteiten, uit Nederland is vertrokken en dat hij zich nu kennelijk in Syrië bij zijn familie bevindt terwijl dit ook het land is dat hij blijkens zijn aanvraag in 2016 zegt te zijn ontvlucht en waarnaar hij zegt niet terug te kunnen keren.⁴ Ook is het onduidelijk wanneer hij terugkomt. Eiser heeft behalve globale feitelijke informatie over zijn verblijfplaats geen inzicht gegeven in de redenen waarom hij Nederland heeft verlaten en de omstandigheden van zijn verblijf in Syrië. Dat eiser zelf stelt dat hij nog procesbelang heeft is tegen die achtergrond onvoldoende. De rechtbank oordeelt dat eiser geen procesbelang meer heeft. De rechtbank zal daarom het beroep niet inhoudelijk beoordelen.
8. De rechtbank concludeert gezien het voorgaande dat het beroep niet-ontvankelijk is. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, rechter, in aanwezigheid van M.M. Mulder, griffier.
3 Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2024:2662.
4 Verslag gehoor aanmeldfase van 6 februari 2024, pagina 12.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
09 oktober 2025

Documentcode: [documentcode]