ECLI:NL:RBDHA:2025:1966

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 februari 2025
Publicatiedatum
13 februari 2025
Zaaknummer
NL24.42208 en NL24.42212
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 7:1 AwbArt. 6:12 AwbArt. 4:17 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrond beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvragen met oplegging rechterlijke dwangsom

Eisers, als gezinsleden gezamenlijk ingereisd en gelijktijdig hun asielaanvragen ingediend, stelden afzonderlijk beroep in tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvragen. De rechtbank oordeelt dat sprake is van bijzondere omstandigheden en acht een nadere beslistermijn van maximaal acht weken na verzending van deze uitspraak redelijk.

De rechtbank verklaart de beroepen gegrond en draagt de minister van Asiel en Migratie op binnen deze termijn besluiten te nemen. Tevens wordt een rechterlijke dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor het geval de minister niet binnen de gestelde termijn beslist.

Daarnaast worden proceskosten toegekend aan eisers wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De rechtbank neemt de samenhang tussen de zaken van eisers aan en behandelt deze als één zaak voor de proceskostenvergoeding.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie. De rechtbank verwijst naar het wettelijk kader omtrent het instellen van beroep tegen niet tijdig beslissen en de specifieke regeling omtrent asielaanvragen waarbij de bestuurlijke dwangsom is afgeschaft en vervangen door een rechterlijke dwangsom.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen acht weken te beslissen met oplegging van een rechterlijke dwangsom bij overschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL24.42208 en NL24.42212
V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres,

[eiser], eiser,
hierna tezamen: eisers,
(gemachtigde: mr. Z.M. Alaca)
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eisers hebben afzonderlijk beroep ingesteld.

Overwegingen

De rechtbank neemt samenhang tussen de zaken van eisers aan, omdat zij als gezinsleden gezamenlijk zijn ingereisd en gelijktijdig hun aanvragen hebben ingediend.
Voor het wettelijk kader en de aan het beroep ten grondslag liggende overwegingen verwijst de rechtbank naar de aan deze uitspraak gehechte bijlage.
Is de beslistermijn overschreden?
( x) Ja
( ) Nee

Zijn er correcte ingebrekestellingen en zijn de beroepen meer dan twee weken later ingesteld?

( x) Ja
( ) Nee
Zijn de beroepen gegrond?
( ) Nee
De beroepen zijn kennelijk niet-ontvankelijk omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
(x) Ja
Binnen welke termijn moet verweerder alsnog besluiten nemen?
(
x) Er is sprake van bijzondere omstandigheden. Er zijn achterstanden in de behandeling van asielaanvragen. De rechtbank acht een nadere beslistermijn van maximaal 8 weken na de dag van verzending van deze uitspraak redelijk. Hierbij is van belang dat er reeds voornemens zijn uitgebracht en een zienswijze is ingediend en hiermee wordt zowel recht gedaan aan het belang van verweerder om een zorgvuldige beslissing te nemen, als aan het belang van eisers om op korte termijn een beslissing te krijgen op de aanvraag.
Is er aanleiding om een rechterlijke dwangsom op te leggen?
( x) Ja
( ) Nee
Hoe hoog is de rechterlijke dwangsom als verweerder niet binnen deze termijn beslist?(x) € 100 per dag met een maximum van € 15.000.
( ) € 200 per dag met een maximum van € 15.000.
Is er aanleiding om proceskosten vast te stellen?
( x) Ja
( ) Nee
Hoe hoog zijn de te vergoeden proceskosten?De volgende proceskosten worden toegekend:
( x) 1 punt voor het indienen van de beroepschriften
( ) 1 punt voor de nadere reactie(s)
( ) 0,5 punt voor een nadere reactie
met een waarde per punt van € 907 en een wegingsfactor 0,5.
De beroepen van eisers worden gezien als samenhangende zaken die op grond van artikel 3 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht als één zaak worden beschouwd voor de vergoeding van beroepsmatig verleende bijstand.

Beslissing

De rechtbank:
( x) verklaart de beroepen gegrond;
( x) draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak besluiten bekend te maken met inachtneming van deze uitspraak;
( x) bepaalt dat verweerder aan beide eisers een dwangsom van € 100 verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000;
( x) veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan op 12 februari 2025 door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van P. Lukanika, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.

Bijlage

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]
Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. [2] Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. [3]
Als niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een beroep tegen niet tijdig beslissen, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Als een beschikking niet op tijd wordt genomen, is het bestuursorgaan een dwangsom verschuldigd voor elke dag (vanaf de vijftiende dag na ontvangst van de ingebrekestelling) dat het in gebreke is voor ten hoogste 42 dagen. Dit is de bestuurlijke dwangsom. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 23,- per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 35,- per dag en de overige dagen € 45,- per dag. Deze dwangsom kan slechts eenmaal worden vastgesteld. [4]
Specifiek voor het niet tijdig beslissen op asielaanvragen:
Met de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND heeft de wetgever de bestuurlijke dwangsom afgeschaft in asielzaken. Dit is niet in strijd met het Unierecht. [5]
Als verweerder nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Verweerder moet dit in beginsel doen binnen twee weken na het verzenden van de uitspraak. [6] Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen. [7]
De rechtbank bepaalt dat verweerder bij het overschrijden van de door de rechtbank vastgestelde termijn een dwangsom verschuldigd is voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden. [8] Dit is de rechterlijke dwangsom.
Als eiser is bijgestaan door een rechtsbijstandverlener, stelt de rechtbank een vergoeding vast van zijn kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. [9] De zaak is van licht gewicht als het alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden en/of een dwangsom is verbeurd.
De rechtbank legt een hogere rechterlijke dwangsom op als verweerder niet heeft beslist binnen de termijn die de rechtbank heeft bepaald in een eerdere rechterlijke uitspraak. Indien de eerder opgelegde rechterlijke dwangsom nog niet is volgelopen, bepaalt de rechtbank dat verweerder de aan de onderhavige uitspraak verbonden rechterlijke dwangsom verbeurt met ingang van de dag nadat de eerder opgelegde rechterlijke dwangsom is volgelopen.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
3.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
4.Artikel 4:17 van Pro Awb.
5.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 30 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3352.
6.Artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb.
7.Artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb.
8.Op grond van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.
9.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.