Belanghebbende parkeerde op 21 december 2024 zijn auto op een locatie in Leiden waar een parkeervergunning of betaling van parkeerbelasting vereist is. Tijdens controle werd geconstateerd dat geen parkeerbelasting was voldaan, waarop een naheffingsaanslag van €103,50 werd opgelegd.
Belanghebbende voerde aan dat zijn parkeerapp geen betaald parkeergebied aangaf en dat er ter plaatse geen duidelijke borden of parkeerautomaten waren die het parkeerregime kenbaar maakten. De heffingsambtenaar stelde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd en dat eventuele fouten in de parkeerapp voor rekening van belanghebbende komen.
De rechtbank overwoog dat de verplichting tot betaling van parkeerbelasting zodanig kenbaar moet zijn dat geen misverstand kan bestaan. Hoewel een parkeerder een onderzoeksplicht heeft, moet de gemeente ook zorgen voor voldoende kenbaarheid. De heffingsambtenaar kon niet aannemelijk maken dat ter plaatse voldoende bebording of parkeermogelijkheden waren die het betaalparkeren duidelijk maakten.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de naheffingsaanslag vernietigd en de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en een deel van de door belanghebbende gemaakte reiskosten en verletkosten. Verzoek om vergoeding van overige kosten werd afgewezen.