ECLI:NL:GHDHA:2024:311
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- R.A. Bosman
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- M.J.M. van der Weijden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WOZ-waardebeschikking woning en proceskostenveroordeling
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waardebeschikkingen voor de jaren 2020 en 2021, waarbij de waarde van zijn woning was vastgesteld op respectievelijk € 967.000 en € 980.000. De heffingsambtenaar had de waarde na bezwaar licht verminderd, maar belanghebbende stelde dat de waarde te hoog was vastgesteld en dat niet alle relevante taxatiegegevens tijdig waren verstrekt.
De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de uitspraken op bezwaar, maar handhaafde de rechtsgevolgen, wees verzoeken om schadevergoeding af en veroordeelde de heffingsambtenaar in beperkte proceskosten. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar de toezendplicht op grond van artikel 40, lid 2, Wet WOZ had geschonden door niet alle modelmatige taxatiegegevens tijdig te verstrekken. Partijen kwamen ter zitting overeen de WOZ-waarde van de woning vast te stellen op € 812.000 voor 2020 en € 852.000 voor 2021. Het hof wees verzoeken om wettelijke rente en schadevergoeding af, onder meer omdat wettelijke rente niet van toepassing is zonder een voor bezwaar vatbare beschikking en omdat de schade onvoldoende was onderbouwd.
Verder oordeelde het hof dat de redelijke termijn voor bezwaar en beroep niet was overschreden en wees het verzoek om immateriële schadevergoeding af. De heffingsambtenaar werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en moest het betaalde griffierecht vergoeden. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, met uitzondering van de proceskostenbeslissing.
Uitkomst: WOZ-waarden woning voor 2020 en 2021 verlaagd, toezendplicht geschonden, verzoeken om schadevergoeding afgewezen, heffingsambtenaar veroordeeld in proceskosten en griffierecht.