ECLI:NL:RBDHA:2025:19693
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië tijdens besluitmoratorium
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 24 januari 2024 ontvangen. Volgens de Vreemdelingenwet 2000 moet de minister binnen zes maanden beslissen, maar er gold een besluitmoratorium voor Syrië van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025, waardoor de beslistermijn met maximaal één jaar werd verlengd tot 21 maanden.
Eiser heeft de minister op 21 juli 2025 schriftelijk in gebreke gesteld, maar de rechtbank oordeelt dat dit te vroeg was omdat de beslistermijn pas op 24 juli 2025 zou verstrijken. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank acht een zitting niet nodig en wijst het beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Vanwege de niet-ontvankelijkheid van het beroep komt de rechtbank niet toe aan het vaststellen van een eventuele bestuurlijke dwangsom. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier M.M. Mulder en is openbaar gemaakt op 15 oktober 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een te vroeg ingediende ingebrekestelling.