ECLI:NL:RBDHA:2025:19810
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor illegaal dakterras
Op 31 januari 2025 constateerde een toezichthouder dat op de tweede etage van de woning van verzoeker een dakterras was gerealiseerd zonder omgevingsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde daarom op 12 augustus 2025 een last onder dwangsom op om het dakterras, inclusief hekwerk en fundering, te verwijderen en het gebruik ervan te staken.
Verzoeker maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Hij stelde dat sprake was van vervanging van een bestaand hekwerk en dat handhavend optreden onevenredig was, mede vanwege het gelijkheidsbeginsel en het langdurig bestaan van soortgelijke dakterrassen in de omgeving.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat voor het dakterras een vergunning was verleend en dat gedurende twintig jaar geen balustrade aanwezig was, zodat geen sprake kon zijn van renovatie. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat verzoeker onvoldoende had toegelicht waarom de vergelijkbare gevallen juridisch gelijk zouden zijn.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het handhavend optreden niet onevenredig was en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor verwijderen illegaal dakterras wordt afgewezen.