Eiseres, een Tunesische vrouw met een Nederlandse zoon, diende op 30 januari 2025 een asielaanvraag in die door verweerder op 14 februari 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond omdat Tunesië als veilig land van herkomst werd aangemerkt. Eiseres betwistte dit en voerde aan dat Tunesië voor bepaalde groepen niet veilig is, verwijzend naar het arrest van het Hof van Justitie van de EU en eerdere uitspraken van deze rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond is omdat Tunesië niet langer als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt, waardoor de afwijzing op die grond niet standhoudt. Wel werd geoordeeld dat de afwijzing terecht was op basis van het ontbreken van relevante asielmotieven, aangezien eiseres Tunesië om economische redenen verliet.
De rechtbank liet de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand, omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij persoonlijk in Tunesië gevaar loopt of gediscrimineerd wordt in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Ook werd vastgesteld dat eiseres niet benadeeld is door de versnelde procedure.
De rechtbank vernietigde het besluit, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten van €1.814,- aan eiseres.