Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een beroep van eiser tegen de minister van Asiel en Migratie vanwege het niet tijdig beslissen op een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 1 november 2024 waarin een uitdrukkelijke termijn van twee weken werd gesteld voor het nemen van een besluit.
De minister heeft niet binnen deze termijn beslist, waardoor het beroep ontvankelijk en gegrond werd verklaard. De rechtbank legt een nadere beslistermijn van twee weken op, rekening houdend met het belang van snelle en zorgvuldige besluitvorming, de overschrijding van de wettelijke termijn van 21 maanden en het feit dat een voornemen tot besluit is bekendgemaakt waarop eiser een zienswijze heeft ingediend.
Daarnaast wordt een dwangsom van €250 per dag opgelegd met een maximum van €37.500 voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt. De minister wordt tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser ter hoogte van €453,50, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp bij het indienen van het beroepschrift.
De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier D.A.M. Delger en is uitgesproken in het openbaar op 30 september 2025.