Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] ,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
‘knowing participation’) en of eiser daar op enige wijze aan heeft deelgenomen (‘
personal particiaption’). De minister neemt aan dat van beide sprake is en geeft hiervoor kort gezegd de volgende motivering.
‘knowing participation’. Eiser wordt in verband gebracht met wederrechtelijke detentie, martelen/folteren en (zware) mishandeling. Ten aanzien hiervan wordt overwogen dat eiser wist of had moeten weten dat deze misdrijven onderdeel waren van een wijdverbreide of stelselmatige aanval, gericht tegen een burgerbevolking. De carrière van eiser en het feit dat hij meermalen betrokken was bij de samenwerking met onder meer Italië vormen een indicatie dat hij binnen de [bedrijf] een belangrijke positie had en daarmee ook goed op de hoogte moet zijn geweest van wat er gebeurde binnen de veiligheidsdienst. Eiser ging werken voor de [bedrijf] in een periode dat op grote schaal mensen wederrechtelijk werden gedetineerd en werden gemarteld/gefolterd en (zwaar) mishandeld. Eiser moet dus hebben geweten dat in Libië op dat moment systematisch en/of wijdverbreid werd gemarteld door de Libische autoriteiten, nu zelfs de zoon van Khadaffi in 2008 publiekelijk erkende dat dit gebeurde. De ontkenningen van eiser dat hij niet zelf geweten zou hebben van de mishandelingen zijn dan ook niet geloofwaardig volgens de minister. De minister gaat ervan uit dat de gestelde gebrekkige kennis van eiser over het systematisch en/of wijdverbreid martelen/folteren en (ernstig) mishandelen wordt ingegeven door een wens van eiser om zijn eigen bijdrage aan deze mensenrechtenschendingen te bagatelliseren. Ook ten aanzien van de wederrechtelijke detentie van migranten wordt ervan uitgegaan dat eiser hiervan heeft geweten. Gelet op de informatie uit openbare bronnen blijkt dat migranten door de Libische autoriteiten veelal in te kleine opvangcentra werden geplaatst, waarbij er stelselmatig een tekort aan voedsel en medische zorg was en de migranten op grote schaal slachtoffer werden van (zware) mishandeling door de Libische autoriteiten, waarbij zij soms jarenlang werden vastgehouden. Hierdoor stelt de minister dat het niet anders kan dan dat eiser hier niet de volledige waarheid heeft gesproken. Gelet op zijn functie en rol bij het tegengaan van deze illegale migratie kan het niet anders dan dat eiser geweten heeft of had moeten weten dat migranten jarenlang onder slechte omstandigheden in wederrechtelijke detentie werden gehouden.
‘personal participation’, omdat eiser misdrijven zoals bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag heeft gefaciliteerd. De minister overweegt dat eiser door in wezenlijke mate bij te dragen aan het mogelijk maken van de misdrijven geacht wordt daadwerkelijk hieraan te hebben deelgenomen. Uit zijn verklaringen blijkt namelijk dat hij alleen al in de periode van 1996 tot 1997 betrokken was bij de arrestatie van meer dan 200 mensen die verdacht werden van terroristische activiteiten. Eiser ging bijna dagelijks mee en speelde een essentiële rol in de arrestaties. Uit openbare bronnen blijkt dat in deze periode in Libië arrestanten langdurig in wederrechtelijke detentie verbleven en dat er tijdens dergelijke detentie systematisch en/of wijdverbreid werd gemarteld, gefolterd. Eiser heeft in de periode van 1996 tot 2011 in meerdere commissies gezeten die smokkelaars hebben gearresteerd, die vervolgens werden overgedragen zodat ze verhoord en berecht konden worden. Op grond van de informatie die uit de verhoren kwam, kon eiser met zijn commissie weer nieuwe arrestaties verrichten. Eiser was in 2009 tot 2010 verantwoordelijk voor het tegengaan van illegale migratie en heeft in die hoedanigheid ook arrestaties verricht van bestuurders van de boten en de mensen die verantwoordelijk waren voor de GPS en arrestanten overgedragen. In 2010 maakte eiser als leidinggevende deel uit van een commissie die drugssmokkel tegenging en mede door zijn handelen zijn weer mensen gearresteerd. De mensen die eiser heeft gearresteerd liepen zo het aanmerkelijk risico slachtoffer te worden van wederrechtelijke detentie, martelen/folteren en (zware) mishandeling. Eiser heeft niets aangevoerd waaruit volgens de minister kan worden afgeleid dat er ten aanzien van hem omstandigheden bestaan op grond waarvan dit niet aan hem zou kunnen worden toegerekend. Tot aan het moment van zijn vertrek uit Libië bleef eiser bovendien promoties krijgen, wat temeer een indicatie is dat hij zijn werk naar tevredenheid van zijn superieuren deed. Daarnaast is eiser tijdens het aanvullend gehoor 1F ook vol lof over de rechtsgang in Libië, terwijl uit openbare bronnen blijkt dat er in Libië systematisch en/of wijdverbreid werd gemarteld en gefolterd. Dat is volgens de minister temeer een indicatie dat eiser geen berouw toont over zijn eigen bijdrage aan deze mensenrechtenschendingen.
‘knowing participation’en
‘personal participation’. Hieronder zal de rechtbank op deze punten ingaan.
‘knowing participation’) en of hij hier op enige wijze persoonlijk aan heeft deelgenomen (
‘personal participation’).
‘knowing participation’. Het feit dat eiser bij arrestaties betrokken was, betekent namelijk niet automatisch dat hij wist of had kunnen weten dat de betrokken personen zouden worden onderworpen aan wederrechtelijke detentie, marteling/foltering en (zware) mishandeling. Het projectmatig werken in de opsporing en aanhouding van verdachten was enkel van uitvoerende aard, waarbij eiser slechts belast was met zijn eigen werkzaamheden en daarmee niet geïnformeerd was over de vervolgacties van de autoriteiten die belast waren verder in de keten, zoals het verhoren en de detentie. Eiser ziet niet in op welke manier hij aan de informatie had moeten komen dat er sprake was van mensenrechtenschendingen. Daarnaast is het onjuist om uit te gaan van de veronderstelling dat iedereen in de Libische samenleving op de hoogte was van systematische mensenrechtenschendingen. Hoewel er repressieve maatregelen waren, ervoeren veel burgers juist stabiliteit, economische voorspoed en betere toegang tot basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg en onderwijs. Eiser bevond zich in een positie waarin hij geloofde dat hij bijdroeg aan de handhaving van orde en veiligheid in een wettelijk kader. Het enkele feit dat hij promoties kreeg, bewijst niet dat hij bewust betrokken was bij of kennis had van onrechtmatige praktijken binnen andere afdelingen van de veiligheidsdienst. Ook het feit dat de zoon van Khadaffi in 2008 erkende dat marteling plaatsvond, leidt er niet toe dat eiser hiervan op de hoogte moest zijn, nu dit pas veel later naar buiten kwam. Ten slotte probeert eiser zijn aandeel niet kleiner te maken dan wel op enige wijze te bagatelliseren, hij herkent zich er namelijk niet in dat hij een aandeel heeft gehad in de mensenrechtenschendingen.
‘knowing participation’. De minister heeft met voldoende bronnen aannemelijk gemaakt dat decennialang sprake was van wijdverspreide repressie door het Libische regime van Khadaffi, waarbij wederrechtelijke detenties, mishandelingen en martelingen op grote schaal plaatsvonden door de veiligheidsdienst in Libië. [14] Zoals eerder overwogen, heeft eiser deze bronnen niet bestreden. Eisers verklaring op de zitting dat hij pas na de val van Khadaffi bekend werd met de mensenrechtenschendingen strookt niet met de aangehaalde bronnen dat de gehele samenleving van de repressie op de hoogte was. Bovendien heeft de minister terecht relevant gevonden dat eiser tot zijn vertrek promoties bleef krijgen, waaruit de minister terecht heeft geconcludeerd dat eiser ook op de hoogte moet zijn geweest van de mensenrechtenschendingen tijdens zijn werk bij de veiligheidsdienst. Eiser heeft naar het oordeel van de rechtbank enkel met zijn eigen verklaringen niet aannemelijk weten te maken dat hij in de perioden van 1996 tot 2004 en 2010 tot 2011 niet op de hoogte was van de repressie door de [bedrijf] en dus dat er bij hem geen sprake was van
‘knowing participation’.
‘knowing participation’.
‘personal participation’. Volgens eiser is hij slechts een uitvoerend ambtenaar geweest die heeft gehandeld binnen zijn taakomschrijving, de hem opgelegde beperkingen en binnen het kader van de Libische wet- en regelgeving in het kader van criminaliteitsbestrijding. Zijn betrokkenheid bij arrestaties is formeel geweest; hij heeft geen verantwoordelijkheid gedragen voor wat er na de arrestatie met de verdachten is gebeurd. Verder is er geen bewijs dat eiser zelf betrokken was bij verhoren, detentie of martelingen. Het enkele feit dat hij verdachten heeft overgedragen binnen het wettelijk kader van criminaliteitsbestrijding is dan ook niet voldoende volgens eiser om betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen te bewijzen. Ook de verwijzingen van de minister naar "systematische" en "wijdverbreide" schendingen in openbare bronnen kunnen volgens eiser niet zonder meer worden toegeschreven aan de specifieke taken die eiser binnen de veiligheidsdienst uitvoerde. Verder stelt eiser dat het idee dat migranten slachtoffer werden van wederrechtelijke detentie in een bredere context geplaatst moet worden. De slechte detentieomstandigheden waren een structureel probleem binnen het Libische systeem en niet iets waar eiser persoonlijk verantwoordelijk voor kan worden gehouden. Als uitvoerder van beleid was hij gebonden aan zijn taak, kon hij geen invloed uitoefenen op de uitvoering van de diensten verder in de keten en was hij ook niet bij machte om zaken te veranderen.
‘personal participation’. Eiser heeft hier enkel tegen ingebracht dat hij niet verantwoordelijk was voor wat er is gebeurd na de arrestaties. Dit acht de rechtbank onvoldoende om niet te kunnen spreken van
‘personal participation’. Uit zijn verklaringen volgt immers dat hij in zijn rol bij de arrestaties de mensenrechtenschendingen wel heeft gefaciliteerd. Eiser heeft verklaard dat hij in de periode van 1996 tot 2011 (met uitzondering van de periode 2004 tot 2008 ) betrokken was bij honderden arrestaties van mensen die verdacht werden van terroristische activiteiten, maar ook van smokkelaars. [16] Ook heeft eiser verklaard dat hij een leidinggevende rol had bij de arrestaties en aanhoudingen [17] , dat mensen vervolgens werden overgedragen aan een andere commissie waar deze mensen verhoord werden, waardoor informatie werd verzameld en nog meer mensen gearresteerd konden worden. [18] Hoewel eiser zelf heeft verklaard niet actief bezig te zijn geweest met de wederrechtelijke detenties, mishandelingen en martelingen, heeft de minister terecht geconcludeerd dat hij deze mensenrechtenschendingen wel heeft gefaciliteerd door mensen op te pakken in zijn leidinggevende rol en over te dragen aan de andere commissies. Daarbij is van belang dat uit het Algemeen ambtsbericht van Libië uit mei 2012 [19] volgt dat mensen tijdens de arrestatie mishandeld en gefolterd werden. Nu deze arrestaties tot de werkzaamheden van eiser behoorde, dragen zij bij aan
‘personal participation’. Ook ten aanzien van de opvangkampen geldt dat eiser de mensenrechtenschendingen heeft gefaciliteerd. Hij heeft immers de opgepakte migranten overgedragen aan de opvangkampen waarvan hij wist dat de omstandigheden daar slecht waren. Op grond van de verklaringen van eiser dat hij mensen heeft gearresteerd en heeft overgedragen om verhoord te worden of heeft overgedragen aan de opvangkampen in samenhang bezien met de openbare bronnen waaruit blijkt dat tijdens de arrestaties, verhoren en in de opvangkampen sprake was van mensenrechtenschendingen, is de minister terecht uitgegaan van dat eiser deze mensenrechtenschendingen heeft gefaciliteerd. Concluderend is de rechtbank van oordeel dat de minister terecht is uitgegaan van
‘personal participation’.
Bron 1: Amnesty International, Libya 2024, gedateerd 29 april 2025
Pagina 29:
“Mensen reizen, aldus verschillende bronnen, binnenlands tussen oost en west. Echter, mensen die op de een of andere manier politiek of militair verbonden zijn met de militaire coalitie van de opposanten lopen het risico op ondervraging, arrestatie en verdwijning. Dat kan op het vliegveld of bij controleposten gebeuren zoals die tussen oost en west.”
Pagina 30:
”Er waren, aldus het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, berichten dat gewapende groeperingen luchthavens in het land controleerden en steekproefsgewijze controles uitgevoerd op vertrekkende binnenlandse en internationale reizigers, met inbegrip van hun persoonlijke elektronische apparaten. Libië kent geen gemeenschappelijk douane- en immigratiesysteem.”
Pagina’s 72 en 73:
“Dezerzijds kon geen informatie worden verkregen, bij gebrek aan terzake goed ingevoerde bronnen, over specifieke personen van Libische nationaliteit die in de verslagperiode, vrijwillig dan wel gedwongen terugkeerden, en problemen bij inreis ondervonden van de autoriteiten. Het is bekend dat op de internationale vliegvelden van Tripoli en Benghazi gewapende groepen en inlichtingendiensten gelieerd aan de autoriteiten aanwezig zijn. Reizigers die via die vliegvelden in of uitreizen worden zwaar gecontroleerd.
- Welke gevolgen hebben ondervragingen op vliegvelden in Libië voor internationale terugkeerders met de Libische nationaliteit, en in hoeverre vormen dergelijke ondervragingen een risico voor een behandeling die in strijd is met artikel 3 van het EVRM?
- Hoe worden terugkeerders met de Libische nationaliteit behandeld door de autoriteiten, en in hoeverre vormt deze behandeling een risico voor een behandeling die in strijd is met artikel 3 van het EVRM?
- In hoeverre kan eiser bescherming krijgen van de autoriteiten in het oosten van Libië, en zo ja, hoe effectief is deze bescherming gelet op de aanwezigheid van wisselende militaire groeperingen aldaar?