ECLI:NL:RBDHA:2025:19938

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 oktober 2025
Publicatiedatum
30 oktober 2025
Zaaknummer
NL25.34445
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55d Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Minister moet binnen twee weken beslissing nemen op machtiging tot voorlopig verblijf nareis

Eisers hebben een opvolgend beroep ingediend tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op hun aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinsleden in het kader van nareis.

De rechtbank stelt vast dat de minister ondanks een eerdere opdracht om vóór 30 mei 2025 te beslissen, dit niet heeft gedaan. Hoewel het dossier mogelijk nog niet compleet is, acht de rechtbank het vanwege het eerdere vonnis en het verstreken tijdsverloop noodzakelijk dat de minister binnen twee weken na deze uitspraak een besluit neemt.

De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe en bepaalt dat bij overschrijding van de termijn de minister een dwangsom van € 200,- per dag, met een maximum van € 15.000,-, moet betalen. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eisers ad € 453,50.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eisers kunnen binnen zes weken na verzending van de uitspraak een verzetschrift indienen als zij het niet eens zijn met deze beslissing.

Uitkomst: De minister moet binnen twee weken beslissen op de aanvragen en betaalt een dwangsom bij overschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.34445

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam],

[naam],

[naam],

[naam],V-nummer: [nummer],

gezamenlijk: eisers,
(gemachtigde: mr. W. Volkers),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1.1.
Deze uitspraak gaat over het opvolgende beroep dat eisers hebben ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de aanvragen tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf voor verblijf als familie- of gezinsleden in het kader van nareis.
1.2.
Eisers hebben gevraagd om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Eisers hoeven dus geen griffierecht te betalen.
1.3.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

1. In een eerdere beroepsprocedure niet tijdig beslissen heeft de rechtbank de minister opgedragen om vóór 30 mei 2025 alsnog een beslissing op de aanvraag te nemen. De minister heeft dit niet gedaan.
2. Het beroep is kennelijk ontvankelijk en gegrond.
3. De rechtbank stelt vast dat het dossier (mogelijk) nog niet compleet is, omdat de minister de bij de aanvraag ingediende documenten nog moet beoordelen, van plan is een herstelverzuim te sturen voor nadere documenten of informatie, of in afwachting is van een reactie op die herstelverzuimbrief. Dit betekent dat de minister in principe binnen acht weken een besluit op de aanvragen bekend moet maken. Echter, het gaat in deze zaak om een opvolgend beroep tegen het niet tijdig beslissen. Mede gelet op de beslistermijn die de rechtbank in een eerdere procedure heeft opgelegd en het tijdsverloop sindsdien, bepaalt de rechtbank daarom dat de minister binnen twee weken een beslissing op de aanvragen moet nemen. De termijn begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak.
4. Eisers hebben gevraagd om een dwangsom op te leggen als de minister niet op tijd beslist. De rechtbank bepaalt in deze zaak dat, als de minister niet binnen de door de rechtbank opgelegde termijn een besluit op de aanvraag neemt, hij een dwangsom van
€ 200,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. [2]
5. De minister moet de door eisers gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,50. [3]

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt de minister op binnen twee weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvragen bekend te maken.
  • bepaalt dat de minister aan eisers een dwangsom van € 200,- moet betalen voor elke dag waarmee zij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van A.S. van der Veen, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 8:55d. tweede lid, van de Awb.
3.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.