ECLI:NL:RBDHA:2025:19986

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 oktober 2025
Publicatiedatum
30 oktober 2025
Zaaknummer
NL24.35927
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling rechtmatigheid uitvaardiging inreisverbod voor twee jaar

Eiser, met de Colombiaanse nationaliteit, kreeg op 24 augustus 2024 een inreisverbod van twee jaar opgelegd nadat bij uitreiscontrole op 26 juli 2024 werd vastgesteld dat hij geen rechtmatig verblijf meer had in de Europese Unie. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en voerde onder meer aan dat het inreisverbod onzorgvuldig was uitgevaardigd en dat zijn zienswijze van 2 augustus 2024 mogelijk niet was ontvangen.

De rechtbank oordeelt dat het voornemen tot het opleggen van het inreisverbod op 26 juli 2024 persoonlijk aan eiser is uitgereikt in de Spaanse taal, inclusief een informatiefolder waarin duidelijk wordt uitgelegd hoe en binnen welke termijn een zienswijze kan worden ingediend. Het niet indienen van een tijdige zienswijze is voor rekening en risico van eiser.

Hoewel eiser een zienswijze overlegd heeft met datum 2 augustus 2024, is niet aannemelijk gemaakt dat deze tijdig en correct is ontvangen door verweerder. De rechtbank stelt vast dat verweerder geen zienswijze heeft ontvangen en dat het besluit daarom niet onzorgvuldig is genomen. Het beroep wordt dan ook ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft van kracht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.35927
V-nummer: [V-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

(gemachtigde: mr. M. Gavami),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de uitvaardiging van een inreisverbod aan eiser. Hij is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van het uitgevaardigde inreisverbod.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder het inreisverbod mocht uitvaardigen
.Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 24 augustus 2024 heeft verweerder een inreisverbod voor de duur van twee jaar aan eiser uitgevaardigd. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.1.
De rechtbank heeft het beroep op 29 september 2025 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder is, met bericht van verhindering, niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Besluitvorming
3. Eiser heeft de Colombiaanse nationaliteit. Op 26 juli 2024 heeft eiser de Europese Unie verlaten. Bij de uitreiscontrole werd vastgesteld dat eiser hier geen rechtmatig verblijf meer had. Aan eiser is daarom een voornemen uitgereikt om tegen hem een inreisverbod uit te vaardigen. Eiser is in de gelegenheid gesteld om achteraf zijn zienswijze in te dienen op dit voornemen. Verweerder heeft vastgesteld dat deze niet, dan wel niet tijdig, door eiser is ingediend. Verweerder kan afzien van uitvaardiging van een inreisverbod. Omdat eiser geen zienswijze heeft ingediend ziet verweerder geen reden om hiervan af te zien. Verweerder vaardigt aan eiser een inreisverbod uit voor de duur van twee jaar.
Standpunt eiser
4. Eiser voert aan dat het inreisverbod onzorgvuldig is uitgevaardigd. Ten eerste voert hij in dat verband aan dat op 26 juli 2024 aan hem een voornemen tot het opleggen van een inreisverbod is uitgevaardigd en dat hem daarbij niet is gevraagd naar eventuele omstandigheden die zien op zijn privéleven dan wel familieleven. [1] Ten tweede is het voor eiser onduidelijk of zijn zienswijze van 2 augustus 2024 al dan niet door verweerder is ontvangen.
Oordeel van de rechtbank
5. Niet in geschil is dat eiser geen rechtmatig verblijf had op 26 juli 2024.
6. Anders dan eiser stelt, is de rechtbank van oordeel dat het inreisverbod niet onzorgvuldig is uitgevaardigd. Op 26 juli 2024 is om 10.00 uur aan eiser in persoon een voornemen om tegen hem een inreisverbod uit te vaardigen uitgereikt in de Spaanse taal. In de informatiefolder voornemen inreisverbod staat duidelijk omschreven wat een voornemen inhoudt en op welke wijze eiser een zienswijze kan indienen, namelijk schriftelijk binnen
28 dagen. Dat het voor eiser onduidelijk was dat hij kon reageren op het voornemen met een zienswijze, komt bij die stand van zaken voor zijn eigen rekening en risico.
7. In het inreisverbod van 24 augustus 2024 staat vermeld dat eiser in de gelegenheid is gesteld om achteraf een zienswijze in te dienen op het voornemen en dat deze niet, dan wel niet tijdig, door eiser is ingediend. In beroep heeft eiser een zienswijze overgelegd met een datum van 2 augustus 2024, waarvan de gemachtigde van eiser op zitting heeft aangevoerd dat onbekend is of deze zienswijze door verweerder is ontvangen. Zonder enige onderbouwing van tijdige verzending van dit document naar het juiste adres zoals vermeld in het voornemen, kan de rechtbank niet voorbij gaan aan de vaststelling in het inreisverbod dat er geen zienswijze is ontvangen door verweerder. Van enige onzorgvuldigheid van de kant van verweerder is de rechtbank niet gebleken. Dit betekent dat verweerder het inreisverbod mocht uitvaardigen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Doets, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Simonis, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Eiser verwijst naar de uitspraak van de Afdeling van 5 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2749.