Eiser, met de Colombiaanse nationaliteit, kreeg op 24 augustus 2024 een inreisverbod van twee jaar opgelegd nadat bij uitreiscontrole op 26 juli 2024 werd vastgesteld dat hij geen rechtmatig verblijf meer had in de Europese Unie. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en voerde onder meer aan dat het inreisverbod onzorgvuldig was uitgevaardigd en dat zijn zienswijze van 2 augustus 2024 mogelijk niet was ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat het voornemen tot het opleggen van het inreisverbod op 26 juli 2024 persoonlijk aan eiser is uitgereikt in de Spaanse taal, inclusief een informatiefolder waarin duidelijk wordt uitgelegd hoe en binnen welke termijn een zienswijze kan worden ingediend. Het niet indienen van een tijdige zienswijze is voor rekening en risico van eiser.
Hoewel eiser een zienswijze overlegd heeft met datum 2 augustus 2024, is niet aannemelijk gemaakt dat deze tijdig en correct is ontvangen door verweerder. De rechtbank stelt vast dat verweerder geen zienswijze heeft ontvangen en dat het besluit daarom niet onzorgvuldig is genomen. Het beroep wordt dan ook ongegrond verklaard.