ECLI:NL:RBDHA:2025:20011
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening aansluitende zorgmachtiging op grond van de Wvggz voor betrokkene met psychische stoornis
De rechtbank Den Haag behandelde op 8 oktober 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis, een autismespectrumstoornis en een licht verstandelijke beperking.
Betrokkene werd vertegenwoordigd door een advocaat en was aanwezig bij de mondelinge behandeling. Hij gaf aan de opname niet nodig te vinden en wenste terug te keren naar zijn ouders, die echter aangaven dat thuis wonen niet meer mogelijk is. De coördinerend behandelaar gaf aan dat betrokkene zonder gedwongen kader geen medicatie of dagbesteding wil, wat leidt tot verslechtering van zijn toestand.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene zonder verplichte zorg een groot risico loopt op decompenseren door het niet innemen van medicatie en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De verplichte zorg is proportioneel en noodzakelijk om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren.
De rechtbank verleende daarom een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden, tot en met 8 oktober 2026, met maatregelen waaronder het toedienen van medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor de duur van twaalf maanden.