ECLI:NL:RBDHA:2025:20038
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatig verblijf en verwijderingsmaatregel Poolse unieburger
Eiser, een Poolse unieburger, verblijft sinds 2020 in Nederland en is sinds april 2023 geregistreerd als niet-ingezetene. Verweerder heeft vastgesteld dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf op grond van het Unierecht en heeft een verwijderingsmaatregel opgelegd.
Eiser betwist het onderzoek naar zijn verblijfstatus en stelt dat hij over voldoende middelen van bestaan beschikt, mede omdat hij nooit een beroep heeft gedaan op openbare middelen. Ook wijst hij op zijn psychische problematiek en het feit dat hij in 2023 heeft gewerkt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht onderzoek heeft gedaan gezien de vele registraties van overlast en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij over voldoende middelen beschikt. De belangenafweging leidt tot de conclusie dat het belang van de Nederlandse Staat bij verwijdering zwaarder weegt dan het belang van eiser bij verblijf.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de verwijderingsmaatregel blijft van kracht.