ECLI:NL:RVS:2019:2873
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan wegens ontbreken belangenafweging
De vreemdeling, een Poolse gemeenschapsonderdaan, werd door de staatssecretaris op 14 december 2017 vastgesteld dat hij geen rechtmatig verblijf in Nederland had. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar en beroep bij de rechtbank Den Haag, die het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat hij voldoende middelen van bestaan had, ondanks dat hij geen beroep had gedaan op het socialebijstandsstelsel.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de vreemdeling onvoldoende bewijs leverde van zijn middelen van bestaan en dat het zwervend bestaan en eerdere aanhoudingen aanleiding gaven om aan te nemen dat hij niet over voldoende middelen beschikte. De rechtbank had de staatssecretaris daarin terecht gevolgd. Echter, de Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris in zijn besluit geen belangenafweging had gemaakt zoals vereist op grond van de Verblijfsrichtlijn, terwijl dit wel noodzakelijk was bij vaststelling van het ontbreken van rechtmatig verblijf.
Daarom werd het eerste deel van het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit van 15 maart 2018 vernietigd en de zaak terugverwezen voor een nieuw besluit waarin een belangenafweging wordt gemaakt, waarbij ook de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling betrokken moeten worden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf had wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit met belangenafweging.