ECLI:NL:RBDHA:2025:20070
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier arbeid op grond van besluit nr. 1/80 wegens ontbreken legale arbeid
Eiser, een Turkse werknemer, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘Arbeid in loondienst op grond van besluit nr. 1/80’. De minister wees deze aanvraag af omdat eiser zijn werkzaamheden niet verrichtte op basis van een onomstreden verblijfsrecht, zoals vereist voor legale arbeid volgens artikel 6, eerste lid, van besluit nr. 1/80.
Eiser verbleef van maart 2022 tot maart 2024 in Nederland op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming, waarbij hij in loondienst werkte. Hij betoogde dat dit verblijf een onomstreden verblijfsrecht vormde en dat zijn arbeid daarom legaal was. De rechtbank oordeelde echter dat het verblijf op basis van de Richtlijn tijdelijk en onzeker van aard is, waardoor geen sprake is van een stabiele, niet-tijdelijke situatie op de arbeidsmarkt.
De rechtbank verwees naar vaste rechtspraak van het Hof van Justitie en het facultatieve karakter van de Richtlijn, die lidstaten beoordelingsruimte geeft. Hierdoor is het verblijfsrecht niet stabiel en kan de arbeid niet als legale arbeid worden aangemerkt. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning blijft in stand.