Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
gesteldebelangen van het kind
voor zover die zijn aangevoerd. [3] Eiser heeft echter geen enkele specifieke reden aangevoerd waarom de belangen van het kind zouden worden geschaad door overdracht naar Zwitserland, dan wel waarom het in zijn belang is om in Nederland te blijven. Eiser heeft slechts verwezen naar artikel 3 van het IVRK en in algemene zin, zonder enige onderbouwing, gesteld dat Zwitserland niet als heilzaam voor kinderen kan worden gezien. De minister hoefde, naar het oordeel van de rechtbank, in die algemene stellingen, eerst in beroep ingenomen, geen aanleiding te zien om afzonderlijk in te gaan op het belang van eiser als minderjarige. Daar komt bij dat eisers aanvraag onlosmakelijk was verbonden met die van zijn vader en broertje, wiens aanvragen eveneens niet in behandeling zijn genomen, en het in beginsel altijd in het belang is van een minderjarige om bij de ouder te blijven en eiser niet heeft gesteld of onderbouwd dat dit in zijn geval niet zo is. Deze beroepsgrond slaagt niet.