ECLI:NL:RBDHA:2025:20087
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen inwilliging asielaanvraag en procesbelang in bestuursrechtelijke context
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 22 oktober 2025, wordt het beroep van eiser tegen het besluit van de Minister van Asiel en Migratie behandeld. Eiser had op 6 juli 2022 een aanvraag ingediend voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 14 april 2025 was ingewilligd op basis van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser was van mening dat zijn aanvraag op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw had moeten worden ingewilligd, omdat hij vreest voor vervolging door de Taliban vanwege de politieke activiteiten van zijn vader. De rechtbank moest beoordelen of eiser procesbelang had bij het doorprocederen over de verleningsgrond van zijn verblijfsvergunning. De rechtbank concludeert dat eiser geen procesbelang heeft, omdat de verleende vergunning op de b-grond geen andere of verdergaande rechten biedt dan op de a-grond. Bovendien kan procesbelang niet worden ontleend aan een toekomstige onzekere gebeurtenis, zoals de uitkomst van een aanhangig wetsvoorstel. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wordt er geen proceskostenvergoeding toegekend.