ECLI:NL:RVS:2022:2709
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen verblijfsvergunning asiel op b-grond
Vreemdelingen uit Afghanistan vroegen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan, welke door de staatssecretaris op de b-grond werden toegekend. Zij stelden beroep in tegen deze besluiten, stellende dat de vergunning op de a-grond had moeten worden verleend. De rechtbank verklaarde hun beroepen niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, omdat de vreemdelingen met hun beroep geen ander resultaat konden bereiken.
De vreemdelingen voerden aan dat de niet-ontvankelijkverklaring in strijd was met artikel 46, tweede lid, van de Procedurerichtlijn, omdat deze niet geïmplementeerd zou zijn. De Afdeling oordeelde echter dat het Nederlandse bestuursprocesrecht het vereiste procesbelang als algemeen beginsel kent, dat voldoende waarborg biedt voor het recht op een effectief rechtsmiddel, zoals bedoeld in de richtlijn.
De Afdeling stelde vast dat het ontbreken van implementatie van artikel 46, tweede lid, niet leidt tot schending van EU-recht, omdat het algemene beginsel van procesbelang een gelijkwaardige bescherming biedt. De rechtbank heeft de beroepen terecht niet-ontvankelijk verklaard. Prejudiciële vragen werden niet gesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.