Verzoekster heeft de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b lid 1 van de Faillissementswet, nadat verweerster de ontruiming van haar woning had aangekondigd per 6 oktober 2025. De rechtbank stelde in een tussenvonnis een verbod op ontruiming totdat een eindbeslissing was genomen.
Tijdens de zitting op 27 oktober 2025 bleek dat verzoekster een schuldhulpverleningsovereenkomst had gesloten en dat de lopende huurtermijnen voldoende zijn gegarandeerd. De rechtbank stelde vast dat de aangekondigde ontruiming een bedreigende situatie vormt en dat het belang van verzoekster om woonruimte te behouden en het schuldhulptraject voort te zetten zwaarder weegt dan het belang van verweerster.
De voorlopige voorziening wordt daarom toegewezen voor een periode van zes maanden, onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen worden voldaan. Tevens geldt de voorziening totdat het WSNP-verzoek van verzoekster is afgehandeld. De rechtbank bepaalt dat uiterlijk vier weken voor het einde van de voorziening een verslag wordt uitgebracht door de schuldhulpverlener.