ECLI:NL:RBDHA:2025:20249

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
31 oktober 2025
Zaaknummer
NL:TZ:2501983:R-RK en NL:TZ:2501984:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287b lid 1 FwArt. 287b lid 4 FwArt. 287b lid 6 FwArt. 305 lid 2 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning voorlopige voorziening ter voorkoming woningontruiming tijdens schuldhulptraject

Verzoekster heeft de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b lid 1 van de Faillissementswet, nadat verweerster de ontruiming van haar woning had aangekondigd per 6 oktober 2025. De rechtbank stelde in een tussenvonnis een verbod op ontruiming totdat een eindbeslissing was genomen.

Tijdens de zitting op 27 oktober 2025 bleek dat verzoekster een schuldhulpverleningsovereenkomst had gesloten en dat de lopende huurtermijnen voldoende zijn gegarandeerd. De rechtbank stelde vast dat de aangekondigde ontruiming een bedreigende situatie vormt en dat het belang van verzoekster om woonruimte te behouden en het schuldhulptraject voort te zetten zwaarder weegt dan het belang van verweerster.

De voorlopige voorziening wordt daarom toegewezen voor een periode van zes maanden, onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen worden voldaan. Tevens geldt de voorziening totdat het WSNP-verzoek van verzoekster is afgehandeld. De rechtbank bepaalt dat uiterlijk vier weken voor het einde van de voorziening een verslag wordt uitgebracht door de schuldhulpverlener.

Uitkomst: De rechtbank verbiedt de ontruiming van de woning voor zes maanden zodat verzoekster haar schuldhulptraject kan voortzetten.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies
rekestnummer: NL:TZ:2501983:R-RK en NL:TZ:2501984:R-RK
vonnis op grond van artikel 287b lid 1 van de Faillissementswet van 28 oktober 2025
[verzoekster],
[adres] ,
[postcode] [woonplaats] ,
hierna: [verzoekster] ,
gemachtigde: de heer [naam 1] , schuldhulpverlener van Noordzij Insolventie B.V.
tegen
de stichting Stichting Staedion,
gevestigd en kantoorhoudende te ‘s-Gravenhage,
hierna: verweerster,
gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders.
Waar deze zaak over gaat
Op 6 oktober 2025 wilde verweerster de woning van [verzoekster] ontruimen. Hierdoor is voor [verzoekster] een bedreigende situatie ontstaan. [verzoekster] heeft de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening uit te spreken, waarbij de ontruiming voor zes maanden wordt verboden. [verzoekster] is daardoor in de gelegenheid om het minnelijk traject af te ronden. De rechtbank wijst het verzoek toe en legt hierna uit waarom zij zo beslist. Eerst volgt informatie over het verloop van de procedure tot nu toe.

1.De procedure

1.1.
Op 1 oktober 2025 heeft [verzoekster] gevraagd om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 287b lid 1 van de Faillissementswet (Fw). Daarbij heeft [verzoekster] ook een WSNP-verzoek ingediend.
1.2.
Het verzoek houdt in dat verweerster wordt verboden om de woning aan het adres [adres] ( [postcode] ) te [plaats] te ontruimen. [verzoekster] huurt deze woning van verweerster. De ontruiming stond gepland op
6 oktober 2025 vanaf 08:00 uur.
1.3.
De rechtbank heeft in haar tussenvonnis van 2 oktober 2025 verweerster verboden de woning te ontruimen totdat op het verzoek van [verzoekster] een eindbeslissing is genomen.
1.4.
Het verzoek tot het afgeven van de voorlopige voorziening is behandeld op de zitting van 27 oktober 2025. Op deze zitting zijn verschenen:
- mevrouw [verzoekster] , bijgestaan door:
- de heer [naam 1] , schuldhulpverlener van Noordzij Insolventie B.V.;
- mevrouw [naam 2] , bewindvoerder van Opgeruimd is Netjes B.V.;
- Mevrouw [naam 3] en mevrouw [naam 4] van Exodus.
1.5.
Gemachtigde van verweerster heeft in zijn schrijven d.d. 27 oktober 2025 kenbaar gemaakt niet aanwezig te zijn bij de zitting. Gemachtigde heeft tevens kenbaar gemaakt zich te refereren aan het oordeel van de rechter.

2.De beoordeling

Het doel van de voorlopige voorziening

2.1.
Bij een gedwongen ontruiming is sprake van een bedreigende situatie. De wet biedt in die gevallen de mogelijkheid om die bedreiging tijdelijk op te schorten, zodat [verzoekster] in staat is het minnelijke traject voort te zetten. Zij kan dan met haar schuldeisers een regeling voor haar schulden proberen te bereiken en wordt in die periode dan niet gehinderd door (executie)maatregelen.
Is sprake van een bedreigende situatie?
2.2.
De rechtbank stelt vast dat in dit geval sprake is van een bedreigende situatie. De woningontruiming is namelijk aangezegd tegen 6 oktober 2025 vanaf 08:00 uur.
Is een aanvang gemaakt met schuldhulpverlening?
2.3.
Met de schuldhulpverlening is een aanvang gemaakt. [verzoekster] is op 25 september 2025 aangemeld bij Noordzij Insolventie B.V. Het intakegesprek heeft reeds plaatsgevonden en op 26 september 2025 is de schuldhulpverleningsovereenkomst ondertekend.
Worden de lopende termijnen betaald?
2.4.
Om het verzoek tot een voorlopige voorziening te kunnen toewijzen, is nodig dat de lopende huurtermijnen op tijd worden voldaan. Dat volgt uit de wet (artikel 287b lid 4 Fw jo. artikel 305 lid 2 Fw Pro).
2.5.
Uit de stukken en hetgeen op zitting besproken, blijkt dat de huur voor de maanden april, mei, juni, juli en oktober 2025 is voldaan. Met betrekking tot de huurbetalingen van de maanden augustus en september is onduidelijk welke van de twee is betaald. [verzoekster] heeft een ziektewetuitkering. Mevrouw [naam 2] stelt dat er voldoende inkomsten zijn om alle vaste lasten te betalen. Hiermee is de betaling van de lopende huurtermijnen voldoende gegarandeerd.
Belangenafweging
2.6.
Nu is voldaan aan de voorwaarden waaronder het verzoek om een voorlopige voorziening kan worden toegewezen, dient een belangenafweging plaats te vinden tussen de belangen van [verzoekster] en die van verweerster.
2.7.
De rechtbank is van oordeel dat de belangen van [verzoekster] in dit geval zwaarder wegen dan de belangen van verweerster. De belangen van [verzoekster] bij het kunnen beschikken over woonruimte spreken voor zich. Daarbij weegt ook mee dat [verzoekster] 6 kinderen heeft die bij haar wonen. Het belang van [verzoekster] is ook gelegen in een (kans op) een schuldenvrije toekomst via het succesvol doorlopen van een minnelijk en eventueel wettelijk schuldsaneringstraject. Ook het belang van verweerster om haar vordering betaald te krijgen en niet verder te laten oplopen, spreekt voor zich. Dit belang wordt door toewijzing van het verzoek echter niet geschaad: in de eerste plaats is voldoende gegarandeerd dat de vordering van verweerster niet verder oploopt. Daar komt bij dat ook verweerster gebaat is bij een geslaagde minnelijke regeling en die is alleen mogelijk in (voldoende) stabiele, niet bedreigende omstandigheden.
2.8.
De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen. Daarmee wordt [verzoekster] de gelegenheid geboden om het minnelijke traject voort te zetten met als doel om met haar schuldeisers, waaronder de verweerster, een regeling voor de schulden te bereiken en/of het minnelijke traject af te ronden.
2.9.
[verzoekster] heeft ook een WSNP-verzoek ingediend. Op het WSNP-verzoek kan nog niet worden beslist, omdat het minnelijke traject nog niet is afgerond. De wet schrijft voor dat de schuldhulpverlener uiterlijk vier weken voor het aflopen van de getroffen voorziening verslag uitbrengt aan de rechtbank (artikel 287b lid 6 Fw). Na ontvangst van dit verslag en een compleet WSNP-verzoek zal de behandeling van dat verzoek worden ingepland.

3.De beslissing

De rechtbank:
- verbiedt
de stichting Stichting Staedion,tot ontruiming van de woning op het adres [adres] ( [postcode] ) te [plaats] over te gaan;
  • bepaalt dat deze voorziening slechts geldt onder de voorwaarde dat
  • bepaalt dat deze voorziening geldt totdat de uitspraak op het WSNP-verzoek in kracht van gewijsde is gegaan of dit verzoek is ingetrokken;
- bepaalt dat de voorziening in ieder geval vervalt na verloop van
zes maanden,gerekend vanaf
2 oktober 2025;
- bepaalt dat uiterlijk vier weken voor voornoemde datum door de schuldhulpverlener verslag zal worden uitgebracht als bedoeld in artikel 287b, zesde lid, Fw.
Dit is een beslissing van mr. L. Mundt, rechter, in samenwerking met A.S. Karimbaksh, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op dinsdag 28 oktober 2025.