ECLI:NL:RBDHA:2025:20323
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging overdrachtstermijn Dublinverordening wegens onderduiken asielzoekster
De minister van Asiel en Migratie verlengde op 20 mei 2025 de overdrachtstermijn van eisers aan Frankrijk op grond van artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening wegens onderduiken. Eisers, bestaande uit een Nigeriaanse vrouw en haar minderjarige kinderen, betwistten dit en stelden dat zij zich wekelijks melden en niet ondergedoken zijn.
De rechtbank oordeelt dat het onderduiken in de zin van de Dublinverordening inhoudt dat een vreemdeling doelbewust buiten bereik van de autoriteiten blijft om overdracht te frustreren. Uit het dossier blijkt dat eiseres op 20 mei 2025 niet op het afgesproken tijdstip aanwezig was in het AZC en de autoriteiten niet heeft geïnformeerd over haar afwezigheid, ondanks duidelijke afspraken en kennis van haar verplichtingen.
Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij niet de bedoeling had de overdracht te voorkomen. De enkele stelling dat zij wel aanwezig was, is niet onderbouwd. De rechtbank concludeert dat de minister de termijn voor overdracht terecht met achttien maanden heeft verlengd wegens onderduiken.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en openbaar gemaakt op 3 november 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verlenging van de overdrachtstermijn wegens onderduiken.