Uitspraak
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college
[derde-partij], uit [plaats] , vergunninghoudster
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft verleend voor het vergroten van een dakkapel en het maken van een dakterras ter legalisering van een bestaande situatie. Het primaire besluit dateert van 17 november 2023 en het bezwaar werd op 17 december 2023 ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep op 28 oktober 2025 behandeld en direct mondeling uitspraak gedaan. De toetsing van de aanvraag vond plaats op basis van artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo, waarbij een limitatief-imperatief stelsel geldt. Dit betekent dat het college alleen kan weigeren indien een weigeringsgrond aanwezig is; anders moet de vergunning worden verleend.
De rechtbank constateerde dat de woning binnen het bestemmingsplan valt en voldoet aan de maximale bouwhoogte. Er is geen onderbouwd bezwaar tegen het voldoen aan het Bouwbesluit en geen andere weigeringsgronden zijn aangevoerd. Belangenafwegingen zoals geluidsoverlast of onveiligheid kunnen bij een gebonden beschikking niet worden meegewogen. Het college mocht bovendien afzien van het horen in bezwaar vanwege het kennelijk ongegronde bezwaar. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.