ECLI:NL:RBDHA:2025:20372
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, had een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel ingediend die door de minister werd afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom hij de aanvraag niet aan zich had getrokken, met name vanwege nieuwe informatie over problemen met een Nigeriaanse cult en medische klachten.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht terughoudend was met het aan zich trekken van de aanvraag, omdat er geen bijzondere, individuele omstandigheden waren die een overdracht aan Duitsland onevenredig hard maakten. De gestelde problemen met de cult moesten bij de Duitse autoriteiten worden gemeld, en de medische klachten waren onvoldoende onderbouwd. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel leidde tot de conclusie dat de medische voorzieningen in Duitsland vergelijkbaar zijn en beschikbaar voor Dublinclaimanten.
De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde dat het besluit tot niet in behandeling nemen van de aanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg en griffier S.N. Lekatompessij op 30 oktober 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.