ECLI:NL:RBDHA:2025:20386
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Luxemburg verantwoordelijk werd geacht voor de aanvraag op grond van het Dublin-verdrag.
De rechtbank behandelde het beroep op 28 oktober 2025, waarbij eiser niet aanwezig was en zijn gemachtigde zich had afgemeld. De rechtbank stelde vast dat eiser op 16 oktober 2025 met onbekende bestemming was vertrokken en geen contact meer had met zijn gemachtigde.
Op grond van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt en geen contact onderhoudt, geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland. Daarom ontbrak het aan een rechtens te beschermen belang en werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank heeft de zaak niet inhoudelijk beoordeeld en wees de proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door rechter A.M. den Dulk en griffier S.N. Lekatompessij op 31 oktober 2025.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.