ECLI:NL:RBDHA:2025:20399

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 november 2025
Publicatiedatum
4 november 2025
Zaaknummer
NL25.27949
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vrijwillig vertrek en ontbreken procesbelang in asielprocedure

Eiser diende op 4 augustus 2022 een asielaanvraag in en stelde de minister op 8 mei 2025 in gebreke vanwege het niet tijdig beslissen. Op 24 juni 2025 ging eiser in beroep tegen het uitblijven van een beslissing.

De minister overlegde een verklaring van vrijwillig vertrek uit Nederland van 19 februari 2024, waaruit blijkt dat eiser op 7 februari 2024 naar India vertrok en instemde met het beëindigen van openstaande verblijfsrechtelijke procedures.

De rechtbank oordeelde dat eiser hierdoor geen procesbelang meer had bij zijn beroep, omdat hij vrijwillig vertrokken was en geen belang had bij een beslissing op zijn asielaanvraag. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vrijwillig vertrek uit Nederland.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.27949

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.R.F. Berte),
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eiser heeft op 4 augustus 2022 een asielaanvraag ingediend. Eiser heeft verweerder op 8 mei 2025 in gebreke gesteld, waarna hij op 24 juni 2025 in beroep is gegaan wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag.
2. Blijkens de door verweerder overgelegde ‘Verklaring vrijwillig vertrek uit Nederland’ van 19 februari 2024 is eiser op 7 februari 2024 vertrokken naar India. Verder blijkt uit de bijgevoegde en ondertekende ‘
vertrekverklaring’dat eiser heeft aangegeven dat hij Nederland vrijwillig verlaat en dat hij ermee instemt dat nog openstaande verblijfsrechtelijke procedures worden beëindigd.
3. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat eiser geen procesbelang meer heeft bij zijn beroep wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Nu eiser heeft ingestemd met het intrekken van openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel, heeft hij ook geen belang bij een tijdige beslissing daarop. [2]
4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 3 november 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 31 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2058.