ECLI:NL:RVS:2017:2058
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-ontvankelijkheid beroep wegens vertrek vreemdeling naar land van herkomst
De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De rechtbank had dit beroep gegrond verklaard en de staatssecretaris opgedragen alsnog een besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de vreemdeling met behulp van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) vrijwillig was teruggekeerd naar haar land van herkomst, Turkije, en een vertrekverklaring had ondertekend waarin zij instemde met het beëindigen van de verblijfsrechtelijke procedures.
De Raad van State oordeelde dat de ondertekende vertrekverklaring inhoudt dat de vreemdeling geen belang meer heeft bij de beoordeling van haar beroep. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de vreemdeling wel belang had. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ondertekenen van een vertrekverklaring en vertrek naar het land van herkomst.