Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 11 augustus 2024, waarna de minister zes maanden had om te beslissen. Eiseres stelde de minister op 23 juli 2025 schriftelijk in gebreke en diende daarna beroep in.
De rechtbank constateert dat de minister de beslistermijn niet heeft nageleefd en dat eiseres terecht beroep heeft ingesteld. Omdat eiseres nog niet is gehoord over haar asielmotieven, legt de rechtbank een termijn op waarbinnen de minister dit moet doen en daarna een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000,- opgelegd voor het overschrijden van deze termijn.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres, vastgesteld op €453,50, vanwege het inschakelen van juridische hulp bij het indienen van het beroepschrift. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 7 oktober 2025.