ECLI:NL:RBDHA:2025:20423

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 november 2025
Publicatiedatum
4 november 2025
Zaaknummer
NL:TZ:2502001:R-RK en NL:TZ:2502010:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord wegens duurzame arbeidsongeschiktheid

Verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van €45.491,55 verdeeld over zes schuldeisers. Hij heeft een schuldregeling voorgesteld waarbij schuldeisers hun vorderingen kwijtgescholden krijgen (nulaanbod), maar twee schuldeisers, Zilveren Kruis en Maison, stemden niet in. De meerderheid van schuldeisers, goed voor meer dan 94% van de schuldenlast, accepteerde het voorstel.

De rechtbank behandelde het verzoek tot oplegging van een dwangakkoord op 27 oktober 2025. Verweersters verschenen niet op de zitting. De rechtbank stelde vast dat de schuldbemiddeling correct was uitgevoerd door een bevoegde instantie en dat het voorstel goed gedocumenteerd was. Bij de belangenafweging vond de rechtbank het onredelijk dat de weigerende schuldeisers niet instemden, mede omdat verzoeker duurzaam arbeidsongeschikt is en geen afloscapaciteit heeft.

Het medisch rapport bevestigde de langdurige fysieke en psychische problematiek van verzoeker, zonder uitzicht op herstel. De rechtbank concludeerde dat het aanbod het maximaal haalbare is en dat toelating tot de WSNP niet langer aan de orde is. Het verzoek tot oplegging van het dwangakkoord werd daarom toegewezen en het WSNP-verzoek afgewezen.

Uitkomst: Verzoek tot oplegging van het dwangakkoord wordt toegewezen en WSNP-verzoek afgewezen.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies
rekestnummers: NL:TZ:2502001:R-RK en NL:TZ:2502010:R-RK
vonnis van 3 november 2025
in de zaak van
[verzoeker 1],
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] ,
hierna: [verzoeker 1] ,
tegen
Zilveren Kruis Achmea,
gevestigd te Leiden,
hierna: Zilveren Kruis,
Maison Management,
gevestigd te Den Haag,
hierna: Maison,
verweersters.
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker 1] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Hij heeft een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers, waarbij de vordering door de schuldeiser wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft [verzoeker 1] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De feiten waar de rechtbank van uit gaat

1.1.
[verzoeker 1] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van
€ 45.491,55 aan zes schuldeisers. Het is [verzoeker 1] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van de [gemeente] heeft hij voor het laatst op 22 juli 2025 een schuldregeling aangeboden (nulaanbod). Dit voorstel houdt in dat aan de schuldeisers 0% wordt aangeboden, tegen kwijtschelding van hun vorderingen.
1.2.
Zilveren Kruis is niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoeker 1] heeft een schuld aan Zilveren Kruis van € 62,87. Dat is 0,14% van de totale schuldenlast.
1.3.
Maison is ook niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoeker 1] heeft een schuld aan Maison van € 2.567,71. Dat is 5,64% van de totale schuldenlast.
1.4.
De overige vier schuldeisers hebben het aanbod aanvaard.
1.5.
Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker 1] bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil hij dat de rechtbank verweersters dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil hij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).

2.De procedure

2.1.
De verzoeken van [verzoeker 1] zijn behandeld op de zitting van 27 oktober 2025. Op deze zitting verschenen:
- [verzoeker 1] ,
- [naam 1] , schuldhulpverlener van de [gemeente] ,
- [naam 2] , klantbegeleider van de [gemeente] .
2.2.
Verweersters zijn opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen.

3.Standpunten van partijen

3.1.
[verzoeker 1] stelt dat het onredelijk is dat verweersters het aanbod niet aanvaarden. Volgens hem heeft hij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden en kan hij niet meer aanbieden dan hij heeft gedaan. De schuldenlast is problematisch en de situatie blijft zonder akkoord uitzichtloos. Door de weigering van verweersters worden de belangen van de overige schuldeisers, die in de meerderheid zijn en 94,3% van de schuldenlast vertegenwoordigen, geschaad.
3.2.
Zilveren Kruis heeft schriftelijk verweer gevoerd. Zij stemt samengevat om de volgende redenen niet in met de aangeboden schuldregeling. [verzoeker 1] heeft niet gemotiveerd waarom Zilveren Kruis akkoord zou moeten gaan met het voorstel. Onvoldoende duidelijk is op welke wijze het aangeboden akkoord wordt gewaarborgd. Een wettelijke schuldsaneringsregeling biedt ook in dat opzicht een beter vooruitzicht voor de schuldeisers. Omdat sprake is van een nulaanbod is er geen enkel belang om in te stemmen. Er is onvoldoende inzicht in de mogelijkheid van verzoeker om toekomstige betaalverplichtingen na te kunnen komen. Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat [verzoeker 1] binnen de looptijd van 18 maanden van de schuldsaneringsregeling arbeidsgeschikt wordt en zijn inkomen kan verhogen. Het voorstel is niet het maximaal haalbare. [verzoeker 1] ontvangt geen huurtoeslag, terwijl hij hier wel aanspraak op zou kunnen maken.
3.3.
Maison heeft haar standpunt niet kenbaar gemaakt aan de rechtbank.

4.De beoordeling van de verzoeken

4.1.
De rechtbank zal het verzoek van [verzoeker 1] om een dwangakkoord op te leggen toewijzen. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht.
Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord
4.2.
Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat verweersters weigeren in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
De schuldbemiddeling moet zijn uitgevoerd door een bevoegde instantie
4.3.
De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door Den Haag. Dat betekent dat wordt voldaan aan de door wet gestelde voorwaarden, namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. Het voorstel is naar het oordeel van de rechtbank bovendien goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank moet een belangenafweging maken
4.4.
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen (van een (groot) deel) van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.
4.5.
De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van [verzoeker 1] zelf, van de weigerende schuldeisers en van de schuldeisers die wél hebben ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is.
[verzoeker 1] heeft het maximaal haalbare voorstel gedaan
4.6.
Het voorstel dat [verzoeker 1] aan zijn schuldeisers heeft gedaan is het maximaal haalbare. Een beter voorstel is niet mogelijk. [verzoeker 1] is in 1997 vanuit Curaçao naar Nederland gekomen om te studeren. Door persoonlijke problematiek heeft hij zijn studie niet af kunnen maken en is hij in 2001 dakloos geworden en op straat beland. [verzoeker 1] is onafgebroken 11 jaar dakloos gebleven en heeft uiteindelijk met behulp van de [gemeente] een woning (een kamer) gekregen. Omdat sprake is van kamerhuur heeft [verzoeker 1] geen recht op huurtoeslag. Het voorstel dat hij aan zijn schuldeisers heeft gedaan is gebaseerd op de PW-uitkering die hij sinds 2013 ontvangt. Er is geen sprake van afloscapaciteit. [verzoeker 1] is door de [gemeente] vrijgesteld van zijn sollicitatieplicht. Uit het overgelegde medisch rapport van 14 juli 2025 van Calder Werkt volgt dat [verzoeker 1] als gevolg van langdurige fysieke en psychische problematiek niet over benutbare arbeidsmogelijkheden beschikt. Er is geen volledig herstel mogelijk. Er is geen verwachting dat de belastbaarheid op (korte) termijn zal wijzigen. De rechtbank stelt gelet hierop vast dat [verzoeker 1] duurzaam arbeidsongeschikt is. [verzoeker 1] heeft sinds 20 mei 2025 budgetbeheer. De (financiële) situatie is stabiel.
Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers
4.7.
De meerderheid van de schuldeisers, die samen 94,22% van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, heeft ingestemd met de aangeboden schuldregeling. De belangen van deze schuldeisers wegen, vanwege de gezamenlijke omvang, zwaarder dan dat van verweersters.
4.8.
Gelet op de duurzame arbeidsongeschiktheid van [verzoeker 1] is ook in de WSNP geen enkele uitkering aan de schuldeisers te verwachten, terwijl toepassing van de WSNP wel tot hoge kosten zou leiden.
Het WSNP-verzoek is niet langer aan de orde
4.9.
Omdat het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord zal worden toegewezen, heeft [verzoeker 1] geen belang meer bij zijn verzoek om te worden toegelaten tot de WSNP. Dat verzoek zal daarom worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- beveelt verweersters in te stemmen met de onder 1.1 bedoelde schuldregeling;
- wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.
Dit is een beslissing van mr. L. Mundt, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 november 2025.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die in het ongelijk is gesteld gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.