ECLI:NL:RBDHA:2025:20461
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige arbeid wegens onvoldoende onderbouwing
Eiser, een Britse onderdaan, vroeg een verblijfsvergunning aan met als doel arbeid als zelfstandige. De minister wees deze aanvraag af op basis van onvoldoende onderbouwing van de persoonlijke ervaring, het ondernemingsplan en de toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie, zoals vereist in het puntenstelsel. Eiser voerde aan dat hij zich niet kon inschrijven bij de Kamer van Koophandel wegens het ontbreken van een BSN, maar de rechtbank stelde vast dat hij zich eerst had kunnen inschrijven in de Registratie Niet-Ingezetenen om een BSN te verkrijgen.
Eiser stelde ook dat de minister de aanvraag had moeten doorsturen naar het ministerie van Economische Zaken voor advies, maar de rechtbank oordeelde dat het aan de minister is om te beoordelen of de aanvraag voldoende is onderbouwd voor doorzending. De aanvullende stukken die eiser in beroep overlegde, boden geen voldoende onderbouwing volgens de ex tunc-toetsing.
De rechtbank concludeerde dat de minister de aanvraag terecht heeft afgewezen en dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt geen terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter M. Munsterman en griffier V. Vegter op 4 november 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige arbeid wordt ongegrond verklaard.