ECLI:NL:RBDHA:2025:20527
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling minister na intrekking beroep wegens verstrekte machtigingen verblijf
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank heeft op 5 maart 2025 dit beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen een termijn te beslissen, met een dwangsom verbonden aan overschrijding.
Op 10 juli 2025 verstrekte de minister alsnog de gevraagde machtigingen voor voorlopig verblijf (mvv’s), waarna verzoekers hun beroep introkken en verzochten om proceskostenveroordeling. De minister betwistte dit, stellende dat het beroep niet ontvankelijk was omdat de volledige dwangsom nog niet was verbeurd.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond zou zijn geweest en dat het belang van verzoekers lag in het verkrijgen van een besluit, niet alleen in het ontvangen van een dwangsom. Daarom wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling toe en legt de proceskostenvergoeding vast op €453,50.
De uitspraak is gedaan door rechter S. Kompier en griffier F. Metz, zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 5 november 2025.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoekers.