Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Gronden van beroep en beoordeling daarvan
U heeft eerder een gehoor gehad in februari en maart van dit jaar. Klopt dat?
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende op 20 november 2024 een asielaanvraag in die door de minister op 2 december 2024 als kennelijk ongegrond werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep op 7 februari 2025, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
Eiser stelde te zijn gevlucht vanwege een onveilige situatie in zijn wijk en medische problemen aan zijn elleboog. De rechtbank oordeelde dat deze redenen niet voldoende waren om een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro of vluchtelingenstatus aan te nemen. Ook was eiser niet tijdig met zijn asielaanvraag gekomen en had hij onvoldoende medische onderbouwing geleverd.
Hoewel eiser tussenprocedureel naar België was vertrokken en daar gedetineerd werd, stelde de rechtbank dat hij nog procesbelang had bij de behandeling van zijn beroep. De rechtbank verwierp ook de stelling van onzorgvuldige besluitvorming door de minister en concludeerde dat het bestreden besluit voldoende gemotiveerd was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag zonder toekenning van proceskostenvergoedingen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.