Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 16 november 2023, maar had na 21 maanden nog geen besluit genomen. Eiseres stelde de minister op 18 augustus 2025 schriftelijk in gebreke en diende meer dan twee weken daarna het beroep in. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden.
De rechtbank bepaalt dat de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Hierbij weegt de rechtbank het belang van snelle en zorgvuldige besluitvorming, mede omdat eiseres nog niet is gehoord over haar asielmotieven. Om naleving van deze termijn af te dwingen, legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €453,50, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 28 oktober 2025.