ECLI:NL:RBDHA:2025:20744
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiseres diende een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in, welke door de minister van Asiel en Migratie op 14 januari 2025 werd afgewezen als ongegrond. Tegen dit besluit stelde eiseres beroep in bij de rechtbank Den Haag. Tijdens de zitting op 8 oktober 2025 was eiseres niet aanwezig en haar gemachtigde had zich wegens verhindering afgemeld.
De minister informeerde de rechtbank op 23 juli 2025 dat eiseres met onbekende bestemming was vertrokken, gebaseerd op gegevens van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa). De gemachtigde van eiseres gaf aan geen contact meer te hebben met eiseres en niet te weten waar zij verbleef, noch of zij het beroep wenste voort te zetten.
De rechtbank overwoog dat uit vaste rechtspraak volgt dat een vreemdeling die zonder mededeling van verblijfplaats vertrekt, geacht wordt geen prijs meer te stellen op bescherming in Nederland, tenzij er nog contact met de gemachtigde is. Nu eiseres geen contact meer onderhoudt en de opvang heeft verlaten, concludeerde de rechtbank dat zij geen procesbelang meer heeft. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen vier weken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.