ECLI:NL:RBDHA:2025:20763
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling in asielprocedure Syrië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een tijdige beslissing op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 7 november 2023 en de minister vroeg op 6 december 2023 de Oostenrijkse autoriteiten om eiser terug te nemen, wat werd geaccepteerd. Door het niet tijdig overdragen van eiser aan Oostenrijk werd de minister per 7 juni 2024 verantwoordelijk voor de aanvraag.
Voor Syrië gold vanaf 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025 een besluitmoratorium, waardoor de beslistermijn voor asielaanvragen werd verlengd met één jaar tot maximaal 21 maanden. De aanvraag van eiser viel onder dit moratorium, waardoor de minister uiterlijk op 7 december 2025 moest beslissen.
Eiser stelde de minister op 3 juli 2025 in gebreke, maar de beslistermijn was toen nog niet verstreken, waardoor de ingebrekestelling te vroeg was. De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen en de rechtbank zag geen aanleiding om een bestuurlijke dwangsom vast te stellen.
Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling binnen de verlengde beslistermijn.