ECLI:NL:RBDHA:2025:20779
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning familie- of gezinslid met behoud mvv-vereiste niet onrechtmatig
Eiseres, Venezolaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier met het doel verblijf als familie- of gezinslid bij haar Nederlandse echtgenoot, referent. De minister wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het niet voldoen aan vrijstellingscriteria. Eiseres stelde dat het mvv-vereiste in haar situatie in strijd is met het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel en artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat het mvv-vereiste niet onevenredig is en dat eiseres onvoldoende bijzondere omstandigheden had aangetoond voor vrijstelling. De belangenafweging door de minister werd als evenwichtig beoordeeld, waarbij onder meer werd meegewogen dat eiseres zonder verblijfsvergunning familie- en gezinsleven uitoefende en dat zij geen objectieve belemmering had om terug te keren naar Venezuela.
De rechtbank verwierp het beroep en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak bevestigt dat het mvv-vereiste, ook voor visumvrije vreemdelingen, niet in strijd is met het EVRM en Unierecht zolang een zorgvuldige belangenafweging plaatsvindt.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.