Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 6 augustus 2024 ontvangen, waarna de minister zes maanden had om te beslissen. Eiser stelde de minister op 11 juli 2025 in gebreke en diende daarna beroep in, dat gegrond werd verklaard.
De minister had aanvankelijk de beslistermijn met negen maanden verlengd onder een beleidsregel die later werd ingetrokken, waardoor de reguliere termijn van zes maanden weer gold. De rechtbank stelt een nadere beslistermijn van zestien weken vast, waarbij de minister binnen acht weken na verzending van het vonnis een nader gehoor moet afnemen en binnen acht weken daarna een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt. Ook wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser van €453,50. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een lagere dwangsom en wijst het verzoek van de minister daartoe af.